Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernaauwing der holten (II. bl. 107) wordt door zeer verschillende omstandigheden veroorzaakt.— Van de ziekten der klapvliezen en mondingen, die vooral in het linker hart gevonden worden, is de insufliciëntie der eerstgenoemden (II. bl. 105) en de stenosis der laatsten (II. bl. 107) van bijzonder veel belang; zeldzamer komt de hyper- en atrophie (II. bl. 102), de verweeking (II. bl. 139), verscheuring (II. bl. 162) en het aneurysma der klapvliezen (II. bl. 103) voor. — De vetzucht van het hart bestaat of in de ophooping eener ongewone hoeveelheid vet op de oppervlakte van het hart (vooral bij algemeene vetzucht), of in eene vetachtige ontaarding van de spierzelfstandigheid (II. bl. 138).— Gedaante- en plaatsveranderingen van het hart zie II. bl. 145. De verscheuringen aan het hart (II. bl. 162) betreffen of den wand zeiven , of de klapvliezen, peesdraden en tepelspieren, en komen in den regel iu de linker nellt van het hart

voor. Ziekelijke voortbrengselen zijn, met uitzondering

van ontstekingsproducten, in en aan het hart zeer zelden; men kan aantreffen: abnormale vetvorming, cysten (II. bl. 66), fibroïd- en been weefsel, tuberkels (I. bl. 187), kanker (I. bl. 20-t) en den cysticercus (I. bl. 153). — De stremsels, polypen en vegetatie» in de holte van het hart zijn of voortbrengselen van endocarditis (I. bl. 301) of voor en na den dood ontstane vezelstofstremsels (l. bl. 7 en 68).

Ziekteverschijnselen. Onder alle verschijnselen, die bij hartziekten kunnen voorkomen , zijn alleen de natuurkundige van belang, daar de subjective (pijn , angst, branden , drukking , beklemming), alsmede de functionele en eonsensuele (vooral die der longen) zich bij te veel andere en zeei verschillende ziekten vertoonen.

a) Bezigtiging der hartstreek. Hierbij moet men op de gedaante, op de hoedanigheid en dc plaats van den hartslag (en in het algemeen van pulsatiebewegingen) letten; men moet haar bij verschillende plaatsingen van den lijder in het werk stellen (vooral bij de voorwaartsclie en linker zijwaartsche overbuiging).

1) Opzetting, welving van de hartstreek, vooral bij jeugdige personen en elastischen borstwand, komt tot stand: door aanmerkelijke (excentrische) hyp*ertrophie van het hart en door een rijkelijk pericardiaal exsudaat, in het eerste geval zal de hartslag zeer versterkt en uitgebreid zijn, in het laatste daarentegen , weinig of niet gezien worden.

2) De hartslag, — die in meerdere tusschenribsruimten tegelijk eene opligtiug, of in de eene opligting en in de andere eene inzakking veroorzaken kan , of ook op verschillende plaatsen bij opvolging gezien kan worden, — moet ten eerste betrekkelijk zijne plaatsing, verder ook ten opzigte van zijne sterkte, uitgestrektheid en rythmus nagegaan worden. Hiertoe is de bezigtiging dikwijls niet voldoende en moet men ook de betasting te baat nemen. Niet zelden kan men den hartslag volstrekt niet zien, dewijl een gedeelte der long voor het hart geplaatst is.

b) Betasting van de hartstreek. Door de vlak opgelegde hand onderzoekt men aedeeltelijk de plaats, waar het hart aanslaat, deels kan men daardoor ook de trillingen van het hart en de groote vaten, als ook somtijds pericardiaal wrijvingsgeruiscli ontdekken. Met de vingertoppen onderzoekt men de gesteldheid van den hartslag.

Kattengespin, d. i. een eigenaardig sidderen, als of dc hand op den hals eener spinnende kat lag, wordt met eene afwisselende sterkte (hetzij als

Sluiten