Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dc tympanitis intcstinalis, waarbij zich het colon lusschen de lever en den buikwand heeft ingeschoven (I. bi. 45). — Onder de ziekelijke voortbrengselen komen aan het buikvlies voor: tuberkels (1. bl. 185), kanker (I. bl. 199), fibroïde granulatiën enz. (II. hl. 153).

Ziekteverschijnselen. De ziekten van het buikvlies openbaren zich gedeeltelijk door pijn, die gewoonlijk levendig, aanhoudend en vastzittend is, en door drukking en inspanning toeneemt, gedeeltelijk door functionele stoornissen van de werktuigen, die door het buikvlies omgeven worden (braking, diarrhoe, verstopping, hikken, moeijelijkheden in de pislozing); gedeeltelijk door objective, reeds vroeger bij het natuurkundige onderzoek (II. bl. 267) opgegeven verschijnselen.

3) Maag.

De maag, — dat spijsverteringswerktuig, waarin met behulp van het pepsine en van het zure maagsap, de chytn bereid wordt en reeds vloeibare bestanddeclen opgelost worden, — ligt in dc linker helft van de bovenbuikstrcek (in het epigastrium en linker hypochondrium), digt onder het middelrif', de linker long en het hart; zij hangt tnet haren blinden zak met de milt te zamen en wordt in het pylorisch gedeelte, dat met de galblaas in verband staat, dooide linker leverkwab bedekt (waarom hier ook de percussietoon doftympanitisch is). Achter de maag ligt de alvleeschklier, de aorta met de art coeliaca en de zonnevlecht, onder haar de dwarsehe karteldarm. — De meeste en belangrijkste ziekten der maag (zoo als de ronde zweer, de bloedige doorknaging, de kanker en catarrhus) zijn in het pylorisch gedeelte gezeteld, slechts de verweeking komt bij voorkeur in den blinden zak voor. Ilct slijmvlies der maag (I. bl. 330) is dikwijls aan eene catarrhale ontsteking (I. bl. 333) onderhevig, die, naar haren graad, met den naam van «gastrischen toestand (met of zonder koorts nfebris gastrica") of gastritis mucosa" bestempeld wordt, de croupeuse ontsteking komt zelden voor. Ook is somtijds het onderliggende celweefsel de zitplaats van eene in ettering overgaande ontsteking (I. bl. 334). — Verwoestingen van het weefsel der maag zijn zeer menigvuldig en veelsoortig (II. bl. 8), onder deze staat de ronde, doorborende zweer (II. bl. 11) boven aan; op haar volgen: de bloedige doorknagingen (II. bl. 10), de kan kerzweer (I. bl. 196), de verweeking (II. bl. 14) en de verwoesting door bijtende minerale zuren (II. bl. 17) en tartarus emeticus (I. bl. 333). — Bloeding in de holte deimaag (II. bl. 51) hangt meestal van vcrzweringsprocessen af, zeldzamer van ontstekingachtige en mechanische stases.— De verwijding der maag (II. bl. 129) komt door overmatige opvulling, of door verlamming van den spierrok of vernaauwing van het portier tot stajid. De ophooping van eene groote hoeveelheid vocht in dc verwijde maag heeft men wel den naam van ma ag w a terzuch t gegeven. Vernaauwing der maag (II. bl. 128) komt als likteekenachtige, callcuse of scirrheuse strictuur, inzonderheid in het pylorisch gedeelte voor.— Verdikking en verharding van den maagwand (II. bl. 142) komt door hypertrophie der rokken (II.

Sluiten