Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bi. 71 en 81) of door calleuse en scirrheuse infiltratie tusschen dezelven tot stand. — Gedaante- en plaatsveranderingen der maag, zie II. bl. 147.— De ziekelijke voortbrengselen, die aan de maag voorkomen, zijn, behalve slijmpolypen (I. bl. 307): lipomateuse gezwellen in het onderslijinvliescel weefsel, die gestoeld, in den vorm van polypen, of op eene breede basis zittende, en met het slijmvlies bekleed, in de holte der maag uitpuilen, of ook dooide spiervezelen heen naar buiten voortwoekeren. Fibroïden, witachtige, platronde, hard-elastische zamengroeisels, ter grootte van linzen tot boonen, die verschuifbaar in het onderslijmvliescelweefsel, vooral in de nabijheid der cardia en van de kleine curvatuur zitten. Erectiel weefsel ontwikkelt zich of aan het vrije uiteinde van polypen, of het vormt zich uit eene ontaarding van het slijmvlies, in eene grootere uitgestrektheid; dikwijls wordt het eene zitplaats voor de ontwikkeling van het mergsponsgezwel. Tuberkels zijn zeer zeldzaam (I. bl. 181), kanker is daarentegen zeer veelvuldig (I. bl. 196). — Abnormale inhoud der maag kan bestaan: in eene tegennatuurlijke hoeveelheid slijm, maagsap, gas, bloed, etter en ichor, gal, galsteenen, faeces, spoel wormen, van buiten ingebragte stoffen.

Ziekteverschijnselen. De maagziekten brengen als vast verschijnsel stoornis in de eetlust met zich; gewoonlijk is zij verminderd of geheel verloren, zelden vermeerderd; daarbij kan zich voegen: een gevoel van verzadigdheid of leegte, walging en misselijkheid; gevoeligheid voor ingebragte zelfstandigheden of drukking, pijnen (gevoel van drukking, steken, zamentrekking, branding, scheuring enz.), oprispingen en braking, dyspepsie, opgezetheid en spanning in de maagstreek; onaangename smaak, beslagen tong en somtijds hoofdpijn. Al deze verschijnselen, van welke sommige onmiddellijk na het gebruik van voedsel, andere (vooral bij ziekten van den pylorus) eerst na eenige uren (wanneer de maag de chym voortstuwt) ontstaan, ontbreken niet alleen somtijds bij zeer belangrijke ziekten der maag, maar verschillen ook in dezelfde ziekte bij onderscheiden lijders zeer in aard en lievigheid (zie bij de maagzweer; II. bl. 11 ). Verder is liet eene moeijelijke omstandigheid voor de diagnosis, dat zulke maagverschijnselen ook zonder eenige organische verandering in de maag, door centrale prikkeling en terugkaatsing op den n. vagus kunnen voorkomen. De nreeste zekerheid voor het bestaan van maagziekten zal men nog door de betasting (door sterke indrukking van de maagstreek) en de percussie verkrijgen. Ondertussclien bedenke men steeds, dat vele maagziekten en gastrische verschijnselen dikwijls sympathisch zijn (ten gevolge van lever-, hart- en longziekten) en dat men derhalve het onderzoek van het overige ligchaam, zelfs bij duidelijk uitgedrukt lijden der maag, niet verzuimen mag. [Hoe vele lijders aan tuberkelzucht en hartziekten worden niet als maaglijders beschouwd en aan zoogen. bedorven maag behandeld!] — Vooral verdient de maagkramp een naauwkeuriger onderzoek van de zijde van den Geneesheer dan dit gewoonlijk geschiedt; want in verre weg de meeste gevallen is zij, gelijk de lijkopeningen duidelijk bewijzen, een verschijnsel van een organisch lijden (vooral van zweren en doorknagingen) en voorzeker slechts zeer zelden van eenen zuiver zenuwachtigen aard. — Over bloedbraking zie II. bl. 51.

NB. De toestand, dien de oude practicus »Gastricismus, slechte maag, gastrische toestand" noemt, is in den regel een zonder koorts verloopende (dikwijls chronische) catarrhus, die zich, bij eene grootere uitgebreidheid en hevigheid, met koorts verbinden en daardoor in eene gastrische koorts veranderen kan; veel menigvuldiger

Sluiten