Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdikking en verdigting van het slijmvlies, alsmede door uittering der vlokken en klieren tot eene algemeene tabcs aanleiding kan geven; hij is vooral bij jonge kinderen van belang (I. bl. 336). De klieren van het dunne darmkanaal worden bij vele ziekten des bloeds (vooral bij typhus en tuberculosis) en bij nagenoeg alle acute ziekten van het darmkanaal, de zitplaats eener catarrhale zwelling en van nederzettingen (I. bl. 337). Croup van het slijmvlies der dunne darmen is zeldzaam, hoogstens komt hij ten gevolge van typhus, pokken en scharlakenkoorts, puerperaalziekte en dysenterie voor. Verzweringen treft men inzonderheid in het

ileum (gewoonlijk in het onderste derde gedeelte) aan, zij zijn hoofdzakelijk van typheusen (I. bl. 161) ot tubercul eusen aaid (I. bl. 180); somtijds worden ook kleine zweertjes door misbruik van tartarus emeticus (II. bl. 8) en bij zuigelingen door ontsteking (I. bl. 337) voortgebragt. — Bloeding (II. bl. 51) komt in het dunne darmkanaal, behalve ten gevolge van het verzweringsproces in het onderste gedeelte van het ileum zelden voor, even zoo is het met den kanker gelegen (I. bl. 198). — Ligtelijk ondergaan de dunne darmen eene plaatsverandering (bij darmbreuken, inkokering, II. bl. 147), alsmede vernaauwing (II. bl. 128) en verwijding (II. bl. 129); interessant is het ware, aangeboren divertikel van het ileum (II. bl. 130). — Doorboring van het dunne darmkanaal kan het gevolg van typheuse en tuberculeuse verzwering en van koudvuur bij beklemming (II. bl. 9) zijn. Onder den abnoimalen inhoud der dunne darmen (II. bl. 155) moet men vooral de spoel- cn bandwormen (I. bl. 152) en de tegennatuurlijke gasophooping (tympanitis intestinalis; I. bl. 151) vermelden.

Ziekteverschijnselen. De subjective gewaarwordingen bij ziekten der dunne darmen zijn van uiterst geringe waarde, dewijl zij zeer dikwijls geheel ontbreken, maar ook niet zelden in geene evenredigheid tot de plaats hebbende verandering staan. Evenmin laat zich ook helaas, uit andere, deze ziekten vergezellende verschijnselen (zooals: rommelinin den buik, diarrhoe, opgeblazenheid, anomaliën in den stoelgang enz.) met zekerheid tot de natuur eii de zitplaats der ziekte besluiten.

4) Dikke darmkanaal.

c) De blinde darm, met zijn holle, met een klierrijk slijmvlies bekleed worinwijs verlengsel, is door middel van een los celweefsel aan de regter fascia iliaca vastgehecht, door het klapvlies van baühin van het ileum afgesloten en van vele solitaire slijmklierties voorzien. Hier schijnt de chymus een weinig langer dan in het overige darmkanaal te vertoeven en de vorming der drekstoffen door de ontwikkeling van stinkende gassen (rottige gisting) te beginnen. — De blinde darm wordt niet zelden (meestal ten gevolge van ophooping van drekstoffen) de zitplaats eener hevige, in acuten en chronischen (verzwering na zich slependen) vorm optredende ontsteking {typhlitis, 1. bl. 342), gelijk mede het wormwijze verlengsel (meestal ten gevolge van verstopping door vruchtepitten. gal- en darmsteenen), waarin ook somtijds typheuse en tuberculeuse, tot doorboring aanleiding gevende zweren worden

Sluiten