Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ping der uitlozingsbuis); het smeer hoopt zich of in het haarheursje op, en deszelfs monding wordt door het smeer gesloten (acne punctala s. comedo met den acarus folliculorum); of bij de ophooping van smeer in de haar- en klierbeurs, is de uitvoeringsbuis door epidermis gesloten, en dan vormen zich kleine, gierstekorrel-grootte, witte, papuleuse verhevenheden op de huid (milium s. grutum, wanneer zij afzonderlijk staan, of strophulus albidus en candidus, lichen sparsus s. albus, wanneer zij in groot getal bijeen zijn). Duurt de smeerafscheiding bij den gesloten toestand der uitlozingsbuis voort, dan zet het smeer de klierbeurs naar alle kanten gelijkmatig uit en er ontstaan ronde cysten, tumores fot liculosi sebacei, die, na de verandering van hunnen inhoud tot eene gele, brijachtige, of vaste, steenachtige massa, melicerides of alheromata en cryptolilhae genaamd worden. Of de uitgezette beurs drijft de huid in den vorm van breede of gesteelde gezwellen, ter grootte van hazelnoten, in de hoogte (molluscum contagiosum). Komt er in den omtrek der uitgezette smeerbeurs eene reactie tot stand, dan ontstaat er eene acne pustiUosa of mdurata.

c) Verminderde smeerafscheiding; de epidermis is, ten gevolge der verminderde insmering, ruw, broos, aan bersten onderhevig, wordt afgestooten en veroorzaakt eene soort van (plaatselijke) pityriasis.

IV. Exsudat en in de huid brengen inzonderheid veranderingen in derzei ver kleur en dikte te weeg, en secundair eene overmatige vorming van epidermis (defurfuratie, desquamatie en decrustatie). In elk geval is er met de exsudatie een hjperaemische toestand van de huid verbonden, die aanvankelijk door zijne roode kleur het exsudaat bedekt.

A. Acute exsudaten; eenige derzelven gaan altijd met koorts gepaaid, andere kunnen met of zonder koorts voorkomen.

a) Acute, koortsachtige exsudaten (heete uitslagziekten), die zich kenmerken, door dat zij gewoonlijk door epidemische oorzaken ontstaan, dat zij in hun beloop een contagium ontwikkelen, dat in staat is in andere voorbeschikte personen dezelfde ziekte te veroorzaken, en dat zij hetzelfde voorwerp gewoonlijk slechts eenmaal aantasten. Zij komen voor in den vorm van vlekken , stippen, knopjes, blaasjes, punten. Hiertoe behooren : l)de mazelen (morbilli, met eene ondersoort rubeola); 2) het scharlaken-uitslag (scarlatina); 3) de pokken variola vera en modificata, varicella en vaccinia).

b) Acute, met en zonder koorts verloopende exsudaten (niet contagieuse), van fibrino-albumineusen of sereusen aard. Hiertoe behooren: cc) als fibrino-albumineuse exsudaten: 1) bet erythema, dat in den vorm van uitgebreide, roode, voor den vingerdruk wijkende, met desquamatie eindigende vlekken, in verschillende soorten optreedt (als : erythema papulatum , tuberculatum, nodosum, maryinalum, mammellatum, annulare, urlicans, inlerIrigo); 2) de roseola; idiopalhische (ros. aestiva, autumnalis, annulala, infanlilis) of sympathische (r. Ujphosa, cholerica, miliaris)-, 3) erysipelas en dermatitis (sie I. bl. 375). — (3) Sereuse exsudaten in neteluitslag (iirlicaria) of blaasjes: 4) urticaria (u. rubra, alba, conferta, vesiculosa, papulosa s. lichen urticatus); 5) herpes (h. labialis, zoster, praeputialis, circinatus, iris, phlyctaenoides, haemorrhagicus); 6)miliaria, gierstuitslag, (meestal symptomatisch); 7) sudamina (miliaria rubra?), door eene acute, in de huidblaas-

Sluiten