Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX. Vreemde vormsels, pseudoplasmata; zulke ziekelijke voortbrengselen , die op de vorming van nieuwe, het normale organismus niet eigene elementairdeelen berusten. Hiertoe behoort de kanker (I. bl. 204) en de tuberkel (I. bl. 187).

X. Verzweringsprocessen der huid, deels idiopathische, deels symptomatische of dyscratische (secundair syphilitische, tuberculeuse, kankerachtige, scorbutische).

XI. Huid-parasieten: a) dermatophyten (plantaardige parasieten): 1) favus (vulgaris en scutiformis), eene kreeftsoogvormige, in de haarbeursjes wortelende, cryptogamische plant; 2) alopecia circumscripta [porrigo decalvans), omschrevene, haarlooze plekken, door het ontstaan van eenen plantaardigen parasiet (microsporum Auduini, volgens gruby) veroorzaakt, die in het haar zelf nestelend, hetzelve doet afbreken; —- 3) mentagraphyta (eene in de haarbeursjes wortelende mycodermis bij sycosis). — b) dermatozoa (dierlijke parasieten, (I. bl. 151): pediculi (capitis, corporis, pubis); acarus folliculorum en sarcoptes hominis.

XII. Zenuwziekten der huid, neuronosen: a) hyperaesthesie: dermatalgia, prurigo latens (huidjeukte), dermatotyposis (tusschenpoozende huidpijn); — b) anaesthesie (algemeene of partiële gevoelloosheid); — c) huidkramp: cutis anserina.

Sluiten