Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neemt, deels len gevolge der uitzwceting (eerst en hoofdzakelijk van water, daarna van zouten), deels door overgang van het bloedplasma in de aderen, dit laatste in hoeveelheid af, het wordt dikker en doet de bloedligchaampjes aan een kleven. De vaten zijn nu geheel inct bloedligchaampjes gevuld; deze zijn hooger gekleurd, platter, meer zamengetrokken, digt op een en tegen den vaatwand aangeplakt. Dikwijls scheuren eenige der overvulde haarvaten en veroorzaken daardoor grootere en kleinere extravasaten in het ontstoken weefsel en in het exsudaat. — Ten gevolge der stasis en van de hierdoor veroorzaakte verdunning en verhoogde permeabiliteit der vaatwanden, komt het eindelijk (in het tijdperk der ontstekingachtige uitzweeting) tot de afscheiding van plastische bloedbestanddeelen (eiwit, vezelstof, vet) uit het stilstaande bloed, die naar hare hoeveelheid en zamenstelling met den naam van fibrineus, albumineus, sereus en haemorrhagisch exsudaat bestempeld worden. — De werkzaamheid der opslorpende vaten, die aanvankelijk de uitgezweete stof, althans gedeeltelijk, opnemen, wordt spoedig ontoereikend (en door opvolgende stilstand in de lymphatische klieren meer en meer belemmerd), en het exsudaat hoopt zich rondom de aangedane haarvaten op. Deze laatsten bevinden zich spoedig met de stilstaande bloedligchaampjes te midden eener vloeistof, wier waterachtig gedeelte naar de wetten der endosmosis in de haarvaten terugkeert en de bloedligchaampjes doet aanzwellen, losmaakt of oplost.

Volgens rokitansky vormen zich in het tijdperk der stasis binnen de vaten en tusschen de stilstaande bloedligchaampjes kleurlooze kogeltjes (kernen cel-vormingen), als ook fijne, hyaline vezelstofstremsels. Rokitansky beschouwt dit verschijnsel als het belangrijkste moment van het ontstekingsproces, waardoor het zich van de eenvoudige vaatverwijding en bloedsophooping, alsmede van het eenvoudige uitzweetingsproces onderscheidt. De vermelde elementairdeelen worden in het stilstaande bloed nieuw gevormd; dit laatste vertoont zich donkerrood, met eenen tint in het steenroode, bet bevat roodvlokkige cruordeeltjes, die met het bloote oog waargenomen kunnen worden, het is overladen met die nieuwe kernen , cellen en stremsels, van welke de meeste eene menigte der laatstgenoemde elementen en van donkerkleurige, platte bloedligchaampjes in r.icli opgenomen hebben.—Bij de oplossing der ontsteking trekken zich de verwijde vaten weder tezamen, daardoor wordt de voortdrijvende kracht van de zijde der slagaderen versterkt, en grijpt eene rugwaartsche, oscillerende beweging der stilstaande bloedkolom plaats; de bloedligchaampjes, die reeds door de ingedrongen wei bleek en rond zijn geworden, worden verder uit hunne wederzijdsche aaneenkleving losgemaakt, en de afgescheiden fragmenten worden door den voortspoelenden stroom in naburige haarvaten gedreven. Somtijds wordt de oplossing door eene belangrijke beklemming der bloedligchaampjes in de verwijde vaten belemmerd (d. i. eene voortgezette stasis van mechanischen aard); menigmaal blijft er na de opheffing van den bloedstilstand een zekere graad van verwijding en verlamming der haarvaten na, zoodat het deel, hetwelk eenmaal aan ontsteking geleden heeft, in eenen toestand van hyperaemie en van vermeerderde neiging tot recidiven blijft verkeeren. Dit is des te meer het geval , naarmate zich de ontsteking meerdere malen herhaald heeft.

Engki.'s proefnemingen (aan het zwemvlies van kikvorschen) leverden de volgende uitkomst op: geene soort van prikkeling (behalve die door verwonding) veroorzaakte, bij eenen voor de prikkeling volkomen normalen

Sluiten