Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toevallige parasietenj naar de plaats, die zij in het zoölogische stelsel bek leed en, in infusoria, insecten, arachniden en wormen. Vogel beschrijft de parasieten als volgt:

1) Gistingszwammen. De gistingszwammen (torula cerevisiae , saccliaromyces, mycodenna cerevisiae, cryptococcus fermentum), — die somtijds in den inhoud der spijswegen (in uitgebraakte stoffen of den stoelgang) worden aangetroffen, en het zij met gistende vloeistoffen ingevoerd, of eerst binnen het ligchaam ten gevolge van gisting (ook. ziekelijke) ontstaan zijn, die zich verder ook in suikerhoudende pis (bij diabetes mellitus) bevinden, maar hier, volgens vogel, eerst na de ontlasting der urin uit de blaas gevormd worden,— beschrijft vogel op de volgende wijze: het zijn ronde of eironde ligcliaampjes (cellen van Vsoo—Vaoo " dm.), vele van kleinere ligchaampjes (sporidiën) inwendig voorzien, die niet door azijnzuur aangedaan worden en groeijen door het uitbotten van knopjes, die na eenigen tijd de grootte der oorspronkelijke cellen verkrijgen en nu eens op eene, dan weder op verscheidene punten der oorspronkelijke zwamcellen te voorschijn komen. Terwijl deze knoppen weder nieuwe knoppen voortbrengen, worden de gistingszwammen langzamerhand tot rijen van rozenkransachtig te zamenhangende, meestal langwerpige cellen vervormd; 3—5 of dikwijls meerdere op die wijze aaneengeschakelde cellen vormen gewoonlijk eene plant. Deze eigenaardige aaneenschakeling van verscheidene cellen is voor de gistingszwammen karakteristiek. Wanneer enkele cellen zich door afsnoering van de moederplant afscheiden, ontwikkelen zij zich tot nieuwe individuën , die op de reeds beschrevene wijze voortgroeijen. Somtijds vergroot zich ook eene moedercel en er ontstaan kleine korreltjes (sporidiën) in dezelve, die na het bersten der moedercel naar buiten komen en als kiemen voor nieuwe planten dienen. Vogel meent, dat deze zwammen geene eigenlijke pathologische beteekenis hebben , maar dat zij hoogstens als een bewijs kunnen aangemerkt worden, dat er gistende zelfstandigheden in het ligchaam zijn opgenomen, of dat de vochten van het ligchaam voor gisting vatbare bestanddeelen bevatten.

2) Sa reine, sarerna ventriculi (goodsir), werd tot nog toe hoofdzakelijk in uitgebraakte vloeistoffen, somtijds bij een eigenaardig, dyspeptisch braken en bij maagkanker, en slechts eenmaal bij koudvuur der longen aangetroffen. Zij sluit zich door haren geheelen habitus aan de tot de infusoriën gebragte familie goniurn aan, maar wordt door de meeste waarnemers voor eene plant en wel voor eene gistingszwam gehouden, door schlossbkrger daarentegen geheel ten onregte als een voortbrengsel van ontbondene primitiefspierbundels beschouwd. De Sarcine vormt vierkante of een weinig langwerpige plaatjes van Vioo— V120 " ^m. en eene dikte, die nagenoeg Vs van de doormeting bedraagt, met eenigzins afgeronde hoeken,* elk dezer plaatjes is regelmatig door twee, elkander in het midden regtlijnig snijdende strepen in vier gelijke afdeelingen (secundaire velden) verdeeld, van welke ieder wederom in 4 gedeeld is. Van deze 16 (ternaire) velden vertoont zich somtijds elk weder in 4 deelen gesplitst, zoo dat er nu 64 afdeelingen ontstaan; deze verdeeling gaat in vele gevallen nog meermalen voort, zoodat men een getal van 1024 vakken of meer verkrijgt. Elke afdeeling der sarcine zou eene cel zijn, wier inhoud meestal gelijkvormig en geelbruin is, in zeldzame gevallen ook een donker, centraal ligchaampje in eene heldere vloeistof vertoont. In de uitgebraakte stoffen zijn deze cellen door doorschijnende tusschenruimten van elkander gescheiden en in meerdere of mindere mate opgevuld, in de faeces zijn zij daarentegen niet geel gekleurd en somtijds ledig. Jodium kleurt de sarcine donker geel of bruin, alcohol en koking met potasch doet haar een weinig ineenschrompelen, door koking met zoutzuur wordt de inhoud gedeeltelijk opgelost en scheiden zich de kleinere afdeelingen van elkander. Over het eerste ontstaan en de pathologische beteekenis van de sarcine is men het nog niet eens, dat 7. ij zich door verdeel ing

Sluiten