Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermenigvuldigt, schijnt ontwijfelbaar. — Hasse komt door zijne waarnemingen tot deze gevolgtrekkingen: de sarcine is een plantaardig organismus van eenen bepaalden vorm en eene eigenaardige natuur, zij schijnt hoofdzakelijk in de maag van den menscli te leven, hoewel zij ook in het darmkanaal overgaat, waar zij echter langzamerhand verwoest wordt, of althans ophoudt voort te groeijen; hare tegenwoordigheid veroorzaakt verschijnselen, die eene eigenaardige ziekte daarstellen, die zich wezenlijk van andere soorten van dyspepsie met braking onderscheidt. De vorming der 'sarcine duin t voort, wanneer het braken reeds lang heeft opgehouden. Of de sarcine de eeni"e en wezenlijke oorzaak der ziekte zij, of zij eene bijzondere soort van gisting in de maagcontenta veroorzake, laat zich tot nog toe niet met zekerheid bepalen. Met de vermindering en verdwijning der sarcine verminderen en verdwijnen ook de ziekteverschijnselen (of omgekeerd?). Middelen, die het gistingsproces tegengaan, verwijderen de ziekteverschijnselen en schijnen ook de vorming en wasdom der sarcine te beletten. — Vrncuow, die zich tegen het afleiden der sarcine van vooraf bestaande morphologische vormsels verklaart, vond haar niet alleen in de maag en het darmkanaal van den menscli, maar ook in de maag van het konijn en in eene koudvurige long van den menscli. De aanwezigheid der sarcine in de maag brengt, volgens hem, geene eigenaardige ziekteverschijnselen te weeg, want zij komt ook in de gezonde maag en in de zieke maag in den meest verschillenden anatomischen toestand voor? Ook de celachtige natuur der sarcine-afdeelingen is, evenmin als hare betrekking tot. het gistingsproces, nog met zekerheid bewezen, want het donkere centrale ligchaam is eene verdieping, uit welke zich in 4 rigtingen meer of minder diepe sleuven uitstrekken, en van een celvlies kan men niets ontdekken; ook zijn er niet altijd gistingszwammen te gelijk met de sarcine voorhanden, zoo als dan ook hare aanwezigheid in het algemeen aan geene gisting gebonden is, noch ook gisting veroorzaakt. — Volgens vogel is het zeer waarschijnlijk, dat de sarcine-vorming met scheikundige ontbindingen (gistingsverschijnselen) in de maag in het naauwste verband staat, al mogen hare kiemen van buiten af in het ligchaam geraakt zijn.

Z w am vo rmi 11 gen op de uitwendige huid. Zij vormen zich eerst wanneer hun bodem, door een eiwithoudend (eu waarschijnlijk gistend) exsudaat (meestal bij onreinheid) is voorbereid geworden, en daarin vervolgens van buiten af komende sporen of uitspruitsels van zwammen worden gebragt, die er zich verder ontwikkelen. Deze zwammen bestaan in haren grondvorm meestal uit eenvoudige cellen, die, even als de gistingszwammen, door knopvorming nieuwe cellen voortbrengen , die echter gewoonlijk tot meer of minder lange, gelede draden uitgroeijen. Slechts in zeldzame gevallen schijnen deze zwammen zich volledig te ontwikkelen en tot eene duidelijke vruchtvorming te geraken.

Zwammen bij liet hoofdzeer [linea favosa, porrigo lupinosa, favus en alphus). Deze korsten bij het hoofdzeer bestaan grootendeels uit zwammen; deze fa v us-zwa mmen, die veel op de gistingszwammen gelijken, stellen in hunne eenvoudigste vormen rondachtige of ovale cellen daar, die^ zich door knopvorming vermenigvuldigen; deze knoppen verlengen zich dikwijls tot draden, die eenvoudig of vertakt zijn; door azijnzuur worden de zwammen duidelijker.

Mentagra-zwammen (Gruby), in de wortelscheede der haren; zij vormen eene laag, digt om den haarwortel heen, tusschen dezen en de woitelscheede; zij gelijken in het algemeen op de tavus-zwammen, maar hare sporen zijn niet ovaal, maar meer rond, en de thallusdraden, die van de sporencellen uitgaan, bevatten veelvuldiger kleine korreltjes in haar binnenste.

Haarwortel-zwammen (bij herpes tonswnns, plica polonica); zij ontwikke-

Sluiten