Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de asch van dierlijke zelfstandigheden in zwavelzure zouien, óf zij ontwikkelt zich als zwavel waterstofgas bij de ontleding derzelve, bij liet koken van eiwit, bij de rotting, enz. Het fluorium werd in verbinding met calcium in het glazuursel der tanden aangetoond; silicium en inanganium zouden in de haren, het laatste ook in de beenderen voorkomen (Fourcroy en Vauquelin) ; aluinaarde wil Morichini in het glazuursel der tanden, Fourcroy en Vauquelin willen haar in menschenbeenderen gevonden hebben. V olgens Jahn (1) komt zij in witte haren, volgens Schi.ossberger (2) in het vleesch van visschen voor. Titanium werd door 0. Rees (5) in de zouten gevonden, welke uit de bijnieren verkregen werden. Over de aanwezigheid van arsenicum in het menschelijk ligchaam is eerst dezer dagen, bij gelegenheid van een geregtelijk onderzoek omtrent arsenicum-vergil'tiging, sprake geweest. Raspail en Orfila hebben gemeend door middel van den toestel van Marsii een spoor van arsenicum in de spieren en beenderen te ontdekken, en hielden het voor waarschijnlijk, dat het door de phosphor bevattende voedingsmiddelen in het ligchaam geraakte, bij welke somtijds arsenicum in kleine hoeveelheden bijgemengd is. Flamdin en Danger (4) kwamen tegen deze waarneming op, en toonden aan, dat er door eene verbinding van zwavelzure en phosphorzure ammonia met eene dierlijke zelfstandigheid vlekken ontstaan, welke met die van arsenicum veel overeenkomst bezitten. Zij konden zelfs in de beenderen geen arsenicum ontdekken.

Men heeft de vraag geopperd, of deze stollen alle wezenlijk tot het ligchaam behooren, dan of zij slechts toevallig door het voedsel in hetzelve voorkomen. Deze onderscheiding is niet streng vol te houden, daar alle stollen van buiten worden aangevoerd en alle zelfstandigheden, die in de dierlijke vochten oplosbaar zijn, ook haren weg door het ligchaam moeten maken. Alleen daarvan kan sprake zijn, of zij met de dierlijke weefsels verbonden blijven, dan of zij door eene aantrekking van bijzondere afscheidingswerktuigen

(1) Der llaararlz, 1, 48.

(2) Untersucliungen übcr d. ïleisch verschiect. Tkiere. S. 39.

(3) Lond. and Edinb. phil. Mag. V, 308. — Yerj. MiROHASB.in Poggendorf Aan. XLV, 312.

(1) l'lnslitut, !\o. 566.

Sluiten