Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontmoeten en die in onze laboratoria kunstmatig worden daargesteld, komen zij echter veel menigvuldiger in verbindingen voor, die zicli niet gemakkelijk anders dan weder in soortgelijke verbindingen of terstond in de eenvoudige grondstoffen laten ontleden, en zich kunstmatig niet weder laten zarnenstellen.

Stikstof en zuurstof komen zuiver, zuurstof en koolstof in tweeledige (binaire) verbinding als koolzuur in het bloed voor, en kunnen door middel der luchtpomp uit hetzelve ontwikkeld en door andere gassoorten uitgedreven worden, even als dit met elke andere vloeistof het geval is, welke gassoorten in opgelosten toestand bevat. Koolzuur is in de urine, in de long- en huiduitwaseming aanwezig; stikstof, koolzuur, kool- en zwavelwaterstof zijn gasvormig in het darmkanaal voorhanden. Zuurstof en waterstof vormen in hare tweeledige verbinding als water het voermiddel van alle dierlijke vloeistoffen, en doordringen ook de vaste deelen zoodanig, dat deze eene zekere mate van weekheid behouden. Wanneer deze stoffen door verdamping het water verliezen, dan worden zij hard en broos. Onder gunstige omstandigheden trekken zij weder water aan, en herkrijgen daardoor meer of minder volkomen hare natuurlijke gedaante, ja zelfs hare levenseigenschappen, zoo als dit van verscheidene lagere planten en van eenige afgietseldiertjes bekend is. Slechts zuiver water, of water, dal eene kleine hoeveelheid zout opgelost bevat, kan door de gedroogde dierlijke zelfstandigheden worden opgenomen; zamengedrongene zoutoplossingen onttrekken veeleer, volgens wetten, welke wij later zullen beschouwen, het water aan de versehe weefsels, waarop de bewaring van dierlijke zelfstandigheden door middel van zouten berust. Chloor en waterstof zijn als zoutzuur in het maagsap en in het vocht van den blinden darm aanwezig; phosphorzure en koolzure kalk- en bitter-aarde, als ook phosphorzure soda, komen in de beenderen, ei- en kreeftschalen, in mosselschelpen en in het bloed in eene groote hoeveelheid voor. In de beenderen ziet men deze zouten met liet gewapende oog in bijzondere kanaaltjes als een kristalachtig poeder nedergezet; evenwel is de aldus nedergezette zelfstandigheid slechts een deel der kalkaarde, welke in de beenderen bevat is, terwijl een ander gedeelte, aan het kraakbeen gebonden en met hetzelve lot een gelijkaardig sponsachtig weefsel vereenigd, niet met het oog kan worden waargenomen,

Sluiten