Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de levendige belangstelling, waarmede in onzen tijd de vroeger zoo zeer verwaarloosde organische chemie bearbeid wordt, verrneerdeien met eiken dag de feiten, welke voor de juistheid dezer wijze van beschouwing pleiten. Ook is zij thans door de uitstekendste scheikundigen algemeen aangenomen, en naar de meening van allen bestaat het onderscheid tusschen de radicalen in de anorganische chemie en die in de organische slechts daarin, dat de laatsten zamengesteld zijn, dat hunne verbindingen bij verhoogde temperatuur en onder den invloed van sterke scheikundig werkzame zelfstandigheden onder gestadige uitscheiding van anorganische verbindingen, als koolzuur en water, gewoonlijk in minder zamengestelde verbindingen worden ontleed, en dat daarom de radicalen slechts zelden op zichzelve kunnen worden daargesteld. Deze laatste omstandigheid veroorzaakt echter, dat in de zaïnengestelde organische stollen de eigenlijke elementaire zamenstelling dikwijls slechts vermoed kan worden, en dat verschillende uitleggingen mogelijk zijn, naarmate men het bekende aantal van atomen zóó of op eene andeie wijze rangschikt. Men kan het in de hoofdzaak eens zijn, en desniettemin in het op zicli zelfstaande geval nog menigen grond voor tegenspraak vinden. Zoo is het b. v. nog de vraag, of de zuurstof der organische ligchamen steeds als oxyderend beschouwd moet worden/, dan ol zij ook tot de vorming van het radicaal kan bijdragen; ol de waterstof tot het radicaal behoort, of, met de zuurstol verbonden, als water in de organische ligchainen bevat zij. Ook is het mogelijk, dat zekere organische ligchamen, welke door sommigen voor oiyden van zamengestelde radicalen worden aangezien, reeds zouten van zoodanige oxyden zijn met koolzuur of met organische zuren. De vette oliën beschouwt Ciievrei'L, en alle scheikundigen met hem, als verbindingen van vetzuur met oliesuiker; suiker kan voor eene verbinding van koolzuur, {ether en water, derhalve voor koolzuur ;ethyloxyde gehouden worden. Zelfs in de anorganische chemie zijn nog dergelijke punten aan twijfel onderworpen. Zoo als bekend is, bestaat er eene school, welke alle waterhoudende zuren als waterstofzuren beschouwt, en alle zouten dezer zuren als verbindingen van het metaal met het radicaal van het waterstofzuur. Het zwavelzuur-hydraat wordt b. v. in plaats van H- O -f- S O3, zamengesteld gedacht als SO4 -f- IP ; hier is SO4

Sluiten