Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, die armer aan zuurstof zijn. Intusschen blijft ook hierbij de regtstreeksche invloed steeds slechts tot een gedeelte der suiker beperkt en bovendien is er gisting mogelijk, zonder dat er iets van de suiker verdwijnt. De ontleding, welke de stikstofhoudende stof ondergaat en welligt de ontwikkeling van koolzuur uit dezelve is de middellijke voorwaarde voor de ontleding der suiker. Volgens Döbereiner wordt gisting ook door verzadiging der suikerhoudende vloeistof met koolzuur opgewekt (verg. hierbij Berzelius Lehrbuch VIII, 80), welligt op die wijze, dat het opgeslorpte koolzuur zich later weder losmaakt en het koolzuur van de suiker met zich voert. Hier zouden Liebig s vroeger aangevoerde voorbeelden van ontleding door inductie passen, met name het geval, waarin zekere oxyden, terwijl zij met waterstofhyperoxyde in aanraking gebragt worden, op denzelfden oogenblik hunne zuurstof verliezen , waarin zich de zuurstof van het waterstofhyperoryde van het water scheidt. ^ Er blijft nog te verklaren, hoe ferment in eene eenvoudige suikeroplossing gisting bewerkt. Welligt door ontleding der in de plantennog aanwezige stikstofrijke zelfstandigheid: daarvoor schijnt te pleiten, dat uitgewasschene gist geene gisting voortbrengt, doch bij het uitwasschen kunnen ook de cellen bersten. Misschien door inwerking op het water, bij wijze van ademhalingsproces. Misschien dat zelfs een deel der gist aan het overige tot voedsel dient, waarbij allengs gist verteerd wordt; inderdaad neemt hare hoeveelheid allengs af. I)at de gist, die in eene suikeroplossing ligt, hare kracht verliest, heeft of in het bersten der cellen zijnen grond , of daarin, dat er bij gebrek aan eigenlijke voeding, dat is aan stikstofhoudende zelfstandigheden, geene kiemen gevormd worden.

Steeds echter is de ontleding der suiker, zoo als zij bij de gisting plaats heeft, eene eigenaardige; de eigenschappen der gist moeten daarop invloed uitoefenen. Hiermede overeenkomstig zullen, zoo als vermeld is, het koolzuur en volgens Gay-Lussac ook de elektriciteit werken (1), maar geheel andere produkten levert de suiker bij de drooge overhaling, nog andere, wanneer zij op eenehooge temperatuur (515—40°) opgelost aan zich zelve blijft overgelaten. Hier

(1) Löwig, t. a. p. 1, 373.

Sluiten