Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontstaat de zoogenaamde slijinige gisting, en er wordt azijnzuur, inannite en gom gevormd (1).

(1) lk kan niet nalaten, om aan liet door den Schrijver in de laatste 10 bladzijden geleverde omtrent vrijwillige ontledingen, contactwerking, katalyse, gisting en verrotting de rijpere en vereenvoudigde opvatting der feiten, welke ons door Prof. Mulder in zijne Proeve eener algemeene physiologische scheikunde is geleverd, zoo beknopt mogelijk tegenover te stellen. Behalve de gewone scheikundige werking, die namelijk, welke van de sloffen uitgaat, maar geheelenal ook op die stoffen terugwerkt, zoodat er van beide, de aangedane en de aandoende of werkende, gemeenschappelijke produkten te voorschijn treden, uiten sommige stoffen nog andere scheikundige vermogens, waardoor zij op ontleding of vereeniging van ligchamen invloed uitoefenen, zonder in de zamenstelling der nieuw gevormde stoffen te worden opgenomen. Platina-spons condenseert waterstof, en wanneer daarbij zuurstof komt, dan wordt er water gevormd, zonder dat de platina-spons iets veranderd wordt. IJonderde ponden waterstof en zuurstof kunnen door een klein stukje platina-spons verbonden worden. Er gaat dus eene kracht uit van het platina, die op waterstof en zuurstof terugwerkt, en eene werking voortbrengt, waarin het platina niet deelt. Dit vermogen noemt Berzeliüs het hatalytische. Het voortbrengen of opwekken van eene kracht door aanraking (contactwerking) laat zich niet voorstellen. De aanraking is eene conditie, waarin de ligchamen verkeeren moeten, om eenig verschijnsel voort te brengen, zoo als het eene conditie is, om te kunnen loopen, dat de voeten aanraking hebben met den grond. Eene conditie nu om eenig verschijnsel voort te brengen is hemelsbreed onderscheiden van eene bron van werking, van de oorzaak van dat verschijnsel zelve. Bovendien is de aanraking der stoffen eene voorwaarde voor alle scheikundige werking in het algemeen, en niet voor de zoo evengenoemde in het bijzonder, en de naam van contactwerking drukt derhalve niets bijzonders uit, of leidt tot een wanbegrip.

Dat er vele soortgelijke vermogens in de ligchamen huisvesten, is eene uitgemaakte zaak. Niet alleen toch bezit platina-spons het genoemde vermogen, maar ook platina in zelfstandigheid. Alle poreuse voorwerpen bezitten dit in meerdere of mindere mate. Glaspoeder bezit het op eene temperatuur van 300°, goud en zilver onder dezen warmtegraad. Uit denzelfden katalytischen invloed verklaart Berzeliüs de ontploffing van het deuloxydum hydrogenii, wanneer dit met platina, zilver, peroxydum manganesii, zelfs niet vezelstof in aanraking komt. Verder de verandering van alcohol in aether door zuren, de verandering van amylum in gom en suiker door zwavelzuur. Bij alle deze veranderingen wordt echter eene bepaalde temperatuur gevorderd; niet bij eiken warmtegraad grijpen dezelfde veranderingen plaats. De ontelbare menigte produkten der drooge destillatie bij verschillende temperaturen leeren dit ons ten duidelijkste. Het katalyserend vermogen der ligchamen is evenzeer aan eenen bepaalden warmtegraad gebonden. Overal merken wij bij denzei ven echter eene scheikundige werking op, die van eene sloffe uil gaat, zonder dat deze er in deelt, maar welke op andere wordt overgedragen.

Sluiten