Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geringe middelen een zoo groot aantal van zamenstellingen wordt verkregen, dan mag men hopen, dat de primaire, meer eenvoudige en algemeen verspreide plantaardige en dierlijke grondstoffen zullen worden gevonden, door welker wijziging de specifieke zelfstandigheden der vloeistoffen en organen gevormd worden ; men kan verwachten, dat men die wijzigingen zelve leert kennen, en de omstandigheden, onder welke zij worden voortgebragt. De plantenchemie heeft reeds sedert eenen geruimen tijd aanmerkelijke schreden tot dit doel gedaan. Men herinnere zich hier slechts de scheikundige processen bij het kiemen, de ontwikkeling der diastase en hare werking op het zetmeel, de verandering van amygdaline in bittere-amandelolie door emulsine, en van bittere-amandelolie in benzoëzuur door de in de dampkringslucht aanwezige zuurstof, enz. Maar ook de zoöchemie kan feiten van dezen aard aanwijzen; wij rekenen daaronder de ontdekking van de proteine, de nieuwe analysen van de bestanddeelen der urine, en de proeven over kunstmatige spijsvertering. Des te moeijelijker echter wordt het, zelfstandigheden als nadere bestanddeelen van het dierlijk ligchaam aan te merken, welke uit zamengestelde vloeistoffen niet alleen door aanwending van warmte, maar ook door middel van de meest verschillende herkenningsmiddelen zijn daargesteld. De bekende ontledingen deigal hebben zoodanige zelfstandigheden in menigte geleverd.

Tot de organische stoffen behooren zoowel die, welke door liet levensproces van organische ligchamen gevormd worden, als die, welke kunstmatig door zekere behandelingen uit deze worden voortgebragt , zoolang zij slechts het eigenaardige kenmerk van de zamenstelling der organische verbindingen bezitten. De meeste stoffen, welke wij nu afzonderlijk zullen beschrijven, rekenen wij tot de eerste soort en zien haar als educten aan, hoewel wij niet met zekerheid kunnen zeggen, in hoe verre de bereidingswijze op hare vorming invloed heeft uitgeoefend. Tot de kunstmatig voortgebragte stoffen echter behoort b.v. de lijm, welke doorkoken uit kraakbeenderen en uit zekere vezelachtige weefsels verkregen wordt. Van de ontdragen, zoo men hierbij ook niet vergete, dat, elke omzeiling van moleenlen onder verschillende omstandigheden verschillend zijnde, dc indruk, welken zij aan andere stoffen mededeelen, ook daarnaar moet verschillen. Vert.

Sluiten