Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het meer vezelstof bevat. De gemiddelde tijd der stremming van dat der menschen is 5—7 minuten (1). Bij dieren, welke men laat doodbloeden, stremt de laatste kom bloed sneller, dan de vroegere (2) ; onder den invloed van warmte volgt de stremming sneller (5). Wanneer het bloed, onmiddellijk nadat het uit de ader gelaten is, door koude vast wordt, dan is de vezelstof bij het ontdooijen nog vloeibaar en stremt later (4). Op den tijd, binnen welken de stremming plaats grijpt, schijnt de lucht allezins invloed uit te oefenen, en de stremming wordt door het afsluiten der lucht vertraagd. Somwijlen blijft de vezelstof in het ligchaam vloeibaar en stremt eenen geruimen tijd na den dood, "wanneer het bloed uit de ader gelaten wordt (5). Ook in darmstukken kan het bloed lang vloeibaar blijven, wanneer het uit de ader onmiddellijk daarin gelaten wordt zonder met de lucht in aanraking te komen (6). Het coagulum van het in een darmstuk gestolde bloed bedroeg 11,9 procent, het coagulum van eene andere hoeveelheid van hetzelfde bloed, in de lucht gestold, lü,2 procent. Bloed, dat uit de vaten getreden is en zich binnen het levende ligchaam bevindt, stremt dikwijls, dikwijls echter ook niet. In eene ader tusschen twee ligaturen vertoonen zich reeds na 10 minuten kleine vlokken ; na 5 uren is de stremming volkomen; bij toetreding der lucht echter vroeger (7).

De reden, waarom het buiten de circulatie geplaatste bloed stremt, is niet bekend. Men beschouwt de stremming als het laatste levensbedrijf, als het sterven van het bloed, zeker ten onregte, want de in holten uitgestorte, gestolde vezelstof is levensvatbaar en voor vervorming geschikt. Welligt zoude men nader aan de oplossing

(1) Verg. over den tijd waarin en de wijze waarop de stremming plaats grijpt. ii. Nasse d. Blut, S. 25.

(2) hewson, experim. itiq. i, g2.

(3) t. a. p. I, 3.

[i) De waarnemingen zijn verzameld bij ii. Nasse, t. a. p. S. 193.

(5) ilewson, exp. i/iq. ii, 110. Leüret et Lassaigne, RecJierch. phtjs. et cTiim. pour servir d Vliistoire de la digestion, Paris, 1825, p. 165. ii Nasse in F. en H. Nasse, Unters. I, 472.

(6) C. H. Schcltz, Med. Vereinszeitung. 1835, No. 10.

(7) Hewson, t. a. p. I, 18, 20, 22.

Sluiten