Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mengd, eiwit en vezelstof bij eene matige warmte veel sneller oplost, dan het verdunde zuur alleen vermag. De zuiver daargestelde pepsine lost, in verbinding met de noodige hoeveelheid zuur, in 60,000 deelen water eiwit binnen 6—8 uren op. Volgens de opgave van Ebekle, welke 3Iüller en Sciiwann bevestigen (1), wordt gelijktijdig het eiwit zoo omgezet, dat het door de gewone herkenningsmiddelen niet meer wordt nedergeslagen en in osmazoom en speekselstof overgaat. Volgens Wasmann(2) ondergaat het eiwit in de pepsine-oplossing geene andere veranderingen, dan in verdunde zuren; of het in het algemeen veranderd wordt, is hem nog twijfelachtig. Ook Berzelius geeft wel is waar de omzetting toe, maar houdt de aanwezigheid der opgegevene zelfstandigheden niet voor bewezen. Gestolde kaasstof, kraakbeenderen en bindweefsel werden in de zure pepsine-oplossing even zoo spoedig opgelost, als door koken in verdunde zuren, en veel sneller dan door eenvoudige trekking met de genoemde zuren. De oplossing van de kraakbeenderenzelfstandigheid en van het bindweefsel verhoudt zich als lijm. Schwann schrijft aan de pepsine de geschiktheid toe om kaasstof te doen stremmen; bij de beschrijving dezer stof is reeds opgegeven, dat de pepsine uit de maag van volwassene dieren deze geschiktheid niet bezit. De met de pepsine bij zogende dieren overeenkomstige stof is nog niet onderzocht.

In alle overige opzigten komt de pepsine met de eiwitstof zeer overeen. Zij stremt in de hitte, en verliest hare oplossende kracht eveneens door alkohol. Sterker verhit zwelt zij op, verbrandt met eenen reuk naar hoorn, en geeft eene kool, die inoeijelijk tot asch

Koolstof .... 56.723.

Waterstof.... 5,666.

Stikstof 21,088.

Zuurstof .... 16,523.

Hij de berekening is 15, 12 voor C aangenomen; uit deze ontleding blijkt echter niet, dat het bovengenoemde vermoeden van Henle, dat de pepsine tot de proteine-verbindingen zal beboeren, gegrond is. De betrekkelijke hoeveelheden van de stikstof en de zuurstof staan hier in eene andere rede tot elkander, dan met die der proteine het geval is.

(7.. Rapport annuel par Berzeuds, 4 année. 1814, pag. 350.) Vert.

(1) Müiier's Archiv, 1836, S. 40.

(2) t. a. p., p. 28.

Sluiten