Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hünefeld gelooft, dat hij ongestremde haemaline door de volgende behandeling heeft daargesteld: hij-hing den bloedkoek, in dunne schijven gesneden, in aether op; de aether wordt daarbij schoon rood gekleurd, en laat na vrijwillige verdamping een rood overblijfsel achter, dat naar versch bloed riekt en met eenig vet verontreinigd is. Wanneer de oplossing eenigen tijd staat, dan gaat de haematine van zelf in den gestremden toestand over. 0n~ gestremde haematine verkrijgt men ook door uitwassching van den bloedkoek; maar liet water bevat alsdan, behalve de opgeloste kleurstof, ook geheele, en slechts opgezwollene bloedbolletjes.

De methoden, volgens welke zij zuiver bereid wrordt, berusten daarop, dat alkohol de verbindingen der haematine met zuren oplost, terwijl zij de eiwitachtige bestanddeelen van het bloed en van de bloedbolletjes in gestremden toestand onopgelost achterlaat.

1. Gmelin gaf twee methoden op: hij vond, dat, wanneer men bloed met eene groote hoeveelheid alkohol kookte, de kleurstof van het bloed in alkohol werd opgelost, en, na het afdestilleren, als een donkerbruin, in water oplosbaar overblijfsel achterbleef. Volgens eene andere methode zoude het bloed gestremd en met zoutzuur behandeld worden; daarbij blijft, wanneer het zuur genoeg verdund is, de kleurstof onopgelost, die zich in alkohol laat oplossen. In het eerste geval was de haematine met alkali, in het tweede met zuur verbonden, van welke Gmelin haar niet heeft gescheiden. Bovendien bevatte zijne kleurstof de in alkohol opgeloste extractive bestanddeelen van het bloed , en welligt caseine.

2. Le Canu deelt verschillende voorschriften ter bereiding der haematine mede:

a. De bloedkoek wordt met water uitgeloogd, de roode vloeistof met zwavelzuur nedergeslagen, de nederslag met zwavelzuurhoudend water en vervolgens met waterhoudenden alkohol uitgewasschen en gedroogd.

b. Geslagen bloed wordt met verdund zwavelzuur vermengd, vervolgens met kouden alkohol gewasschen en uitgeperst.

volgens liem, op tl ey.e eigenschap, vroeger Lij albumine-houdende kleurstof gevonden, die slechts aan de eiwitstof, niet aan de kleurslof toekomt. In alkohol en «wave]zuur, of in alkohol en ammonia, geheel oplosbaar zijnde, kan men haar moeijelijk gecoaguleerd heeten. Physiol. Scheikunde, bladz, 363. Vert.

Sluiten