Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter de biline door het pasgevormde zoutzuur yoor een gedeelte in fellinezuur en cholinezuur veranderd. Uit de tot droogwordens toe uitgedampte massa verkrijgt men taurine.

De biline bezit eene zoo groote neiging, om zich in een zuur ligchaam te veranderen, dat zij reeds gedurende de verdamping op lakmoes zuur begint te reageren. Deze neiging neemt buitengemeen toe door bijvoeging van zuren, voornamelijk bij verhoogden warmtegraad. De minerale zuren veranderen de biline volkomen, zoo dat er niets onveranderd overblijft, en slaan de producten der omzetting grootendeels neder. De plantenzuren bewerken slechts eene onvolkomene metamorphose, en houden de producten opgelost. Bij deze metamorphose wordt de biline, zoo als vermeld is, in vijf zelfstandigheden ontleed. Vooreerst scheidt er zich, wanneer de biline in verdund zoutzuur opgelost en daarmede gedurende eenigen tijd gedigereerd wordt, eene gele, olieachtige zelfstandigheid af, een mengsel van biline met fellinezuur en cholinezuur, dezelfde zuren, die, bij de bereiding der biline uit de gal door middel van loodoxyde, als een pleisterachtig mengsel nedergeslagen worden. Zet men de digestie met het zuur voort, dan verandert zich ook dit olieachtig ligchaam allengs, en er wordt eene harsachtige stof nedergeslagen. De biline is nu geheel en al verdwenen; de vloeistof bevat ammonia en taurine opgelost; de harsachtige stof (Gmelin's galhars, Demarcay's choloïdinezuur) bestaat uit cholinezuur, fellinezuur, en eene nieuwe harsachtige stof, de dyslysine. Door kouden alkohol worden de beide eersten uitgetrokken. De dyslysine blijft als eene harsachtige massa achter; in kokenden alkohol lost zij zich moeijelijk op, en zet zich daaruit, bij de verkoeling en uitdamping, als eene witte aardachtige massa af. Zij is tot nog toe niet nader onderzocht.

De beide in alkohol opgeloste zuren worden van elkander gescheiden, doordien men de alkoholische oplossing met verdunde ammonia verzadigt, en door uitdamping concentreert; daarbij zet zich de cholinezure ammonia als eene harde, massa af; de fellinezure ammonia blijft opgelost.

Uit de fellinezure ammonia wordt door zoutzuur het fellinezuur in sneeuwwitte vlokken nedergeslagen, die bij uitdrooging wit blijven. De nog overblijvende biline blijft vast met hetzelve

I- 7

Sluiten