Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo lang de bestanddeelen der gal met geene meerdere zekerheid gekend en bereid kunnen worden, blijft het steeds moeijelijk

derde hij door het vocht met aether te vermengen, door te zijgen en op een zandbad uit te dampen, tot dat het grootste deel van het zoutzuur was ontweken; hij het overblijvende voegde hij ■water, dat het in twee lagen scheidde, waarvan de zwaarste het galzuur bevatte, dat in alkohol werd opgelost en met fijn verdeeld loodverzuursel vermengd, tot dat de vloeistof lood in opgelosten toestand bezat, dat na doorzijging door zwavelwaterstof werd verwijderd, en waarna de overgeblevene vloeistof tot droogwordens toe werd uitgedampt, liet is dit ligchaam, dat, volgens Liebig, met de soda verbonden, het eigenaardige bestanddeel der gal daarstelt. De biline van Berzeliüs is volgens hem niets anders dan galzuresoda, en de overige door Berzeliüs in de gal beschrevene zuren vormen , volgens hem, geene eigendommelijke ligchamen. Dat het galzuur van Kemp van het choleïnezuur van Demar^ay verschilt, was echter reeds vroeger door Kemp aangetoond en werd later door hem tegenover Liebig volgehouden. Daarna hebben Theyer en Schlosser (Amt. d. Chem. u. Pharmacie, XLV1II, 47) in het laboratorium van Liebig onderzoekingen in het werk gesteld en bekend gemaakt, die tot hetzelfde resultaat als dat van Liebig hebben geleid, namelijk dat de galhars van Thénard, het galzuur van Kemp, de galsuiker van Gmelin, het choleïnezuur van Demar^aY en hetgeen Berzeliüs bilifellinezuur en biline genoemd heeft, dit laatste buiten verbinding met soda voorstellende, slechts verschillende namen voor een en hetzelfde ligchaam zijn. Hunne latere onderzoekingen hebben hen echter, behalve het bilifellinezuur, toch ook nog andere bestanddeelen fellinezuur, dyslysine en cliolzuur doen erkennen.

Tegen dit alles heeft Berzeliüs zijne onderzoekingen verdedigd tegenover Kemp. door hem aan te toonen, dat hij wel de hoeveelheden koolstof, waterstof en stikstof heeft opgegeven, uit welke de in alkohol oplosbare zelfstandigheden bestonden, welke met aether van de hierin oplosbare stoffen waren bevrijd 5 maar dat hij geenszins heeft uitgemaakt, of zij van ééneofvan meerdere verschillende stoffen afkomstig zijn. Verder tegenover Liebig, door op te merken, dat hij bij de eerste wijze, waarop hij het galzuur bereidde, op de overige in alkohol oplosbare bestanddeelen der gal geen acht heeft geslagen, en dat bij de tweede wijze van bereiding de invloed, welke het zoutzuur op de bestanddeelen der gal uitoefent, door de vorming van salmiak, taurine en harsige zuren, geheel en al aan zijne aandacht is ontsnapt. Ook was Berzeliüs in de gelegenheid, om eenig in het laboratorium van Liebig bereid galzuur te onderzoeken en daaruit > behalve sporen van cholestearine en fellinezuur, ook cholinezuur, biline en bilifellinezuur op de gewone wijze af te scheiden (z. Rapport annuel, 1845, p. 380). Tegenover Toeter en Schlosser heeft hij de resultaten van zijn onderzoek verdedigd, door hen te herinneren, dat zij, hoewel zij biline en bilifellinezuur voor identisch verklaren, de eenvoudige proef hebben vergeten in het werk te stellen, waardoor zij zich konden hebben verzekerd, of de door hen verkregene zelfstandigheid biline, dan wel bilifellinezuur was, door haar in water op te lossen, en hierbij zwavelzuur

Sluiten