Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan scheidt zich het zuur in pisstof, die opgelost wordt, en in mesoxalzuur, dat zich met de basis verbindt :

1 atoom alloxanzuurhydraat . . . N4 C8 H8 0!0 wordt ontleed in:

1 atoom pisstof JV4 C2 H8 02

2 atomen mesoxalzuur CG 08

N4 C8 II8 O10.

Het mesoialzuur is kristalliseerbaar, zeer zuur, gemakkelijk oplosbaar, eigenaardig gekenmerkt in zijne Terhouding jegens zilverzouten. Met alkali verzadigd, geeft het, met salpeterzuur zilver eenen geelachtigen nederslag, die bij eene zachte verwarming onder eene hevige ontwikkeling van koolzuur tot zilvermetaal herleid wordt.

4. Mykomelinezuur, Ng C8 H10 O5. Alloxan, in bijtende ammonia pgelost, vormt mykomelinezure ammonia:

1 atoom alloxan N4 C8 H8 O10

+ 2 atomen ammonia N4 II,,

Nb C8 H20 010

vormen:

1 atoom mykomelinezuur . . N8 C8 II10 05

5 atomen water H10 05

Ns C8 H20 O10.

Door verdund zwavelzuur wordt het mykomelinezuur uit het zout afgescheiden. Gedroogd is het geel, aardachtig, smaakloos, in koud water moeijelijk, in kokend iets gemakkelijker oplosbaar.' Het zilverzout vormt gele vlokken; wanneer het zuur verhit wordt, ontstaat er cyanzure ammonia, welke in pisstof wordt veranderd.'

5. Parabanzuur, N4 C6 04 + 2 Aq. vormt zich, wanneer piszuur of alloxan in matig zamengedrongen salpeterzuur wordt opgelost, en de oplossing tot siroopdikte wordt uitgedampt. Neemt men aan dat:

1 atoom urü N4 C8 04

uit het salpeterzuur opneemt . . 04

N4 C8 O8 -

8

Sluiten