Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. vetzuren.

Alle vetsoorten kunnen , door behandeling met alkoliol en aether, of door uitpersing, bij verschillende graden van temperatuur in meerdere ligchamen ontleed worden, die zich door eenen verschillenden graad van smeltbaarheid en door vele andere eigenschappen eigenaardig kenmerken. Deze ligchamen zijn verbindingen der glycerine (?) met verschillende zuren. Men onderscheidt stearine, margarine en elaïne en daarnaar ook vet- of stearinezuur, margarinezunr en elainezuur. De beide eerstgenoemde zuren zijn, zoo als door de onderzoekingen van Redtenbaciier , Varrentrap en Bromeis (1) bewezen is, te beschouwen als verschillende verzuringstrappen van hetzelfde radicaal, waaraan men den naam van margaryl gegeven heeft. In de boter komen, behalve de genoemde zuren , ook nog boterzuur, caprine-, capronezuur en andere voor, eveneens in verbinding met glycerine (?), als butyrine, caprone en caprine enz. Deze zuren zijn eigenaardig gekenmerkt door hunnen reuk en hunne vlugtigheid, daar zij met water onveranderd kunnen worden overgehaald. In de hersenen komt volgens Fremy (2) nog een eigenaardig vetzuur voor, acido cérdbrique, en later is door denzelfden scheikundige nog een nieuw vetzuur in de hersenen ontdekt, en als acide ole'ophosphorique beschreven (5). Het niet geringe aantal van vetzuren, die slechts bij zekere diersoorten of alleen in het plantenrijk voorkomen, ga ik met stilzwijgen voorbij.

1. margaryl en deszelfs verzuursels.

W anneer men schapenvet met potasch in zeep verandert, de zeep in 6 deelen warm water oplost, er nog 45 deelen koud water bijvoegt, èn de oplossing bij + 15° staan laat, dan zetten er zich na eenigen tijd blaadjes af van dubbel stearinezure potasch, vermengd met dubbel margarinezure potasch en eene kleine hoeveelheid elaïnezure potasch. \ erzadigt men vervolgens de vrije potasch der vloeistof met een zuur, en verdunt men ze nogmaals, dan worden

(1) Aan. tl. phannacie. XXXV, 40, XXXVI, 53.

(2) Comptes rendus, 1840, 9 Nov.

(3) Ann. de chim. et de physique, 1841, Aoül.

Sluiten