Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschenvet eerst bij — 4°, hetgeen wel door de bijmenging Tan verschillende hoeveelheden stearine zal veroorzaakt worden, daar zij zich van deze moeijelijk geheel en al laat bevrijden. Men zuivert haar, zooveel als mogelijk is, door de aetherische en alkoholische oplossingen van vet, waaruit zich stearine en margarine hebben afgezet, aan koude bloot te stellen. De elaïne is olieachtig, vloeibaar, stolt eerst bij eene lagere temperatuur. Zij is gemakkelijk in wijngeest cn aether oplosbaar, onoplosbaar in water, en verbrandt met eene heldere vlam. Zij lost phosphor, kamfer, aetherische oliën, benzoëzuor en andere zuren op.

3. BOTERZUUR.

Het boterzuur wordt uit dé" boter verkregen. (I) Deze wordt met potasch tot zeep vervormd, de opgeloste zeep door middel van verdund zwavelzuur ontleed en overgehaald. Het boterzuur gaat in verbinding met boteroliezuur-capryline- (2), caprine- en capronezuur, voor een gedeelte in water opgelost, voor een ander deel daarop drijvende, over, terwijl margarine- en elaïneznur met de glycerine achterblijven. Het overgehaalde wordt met baryta verzadigd en gedroogd. De gedroogde massa bestaat uit boterzure, boteroliezure, caprine-, capryline- en capronezure zwaaraarde. ^an deze drie zouten is de boterzure zwaaraarde het gemakkelijkst in water oplosbaar; zij behoeft slechts 2,77 deelen water lot oplossing, en wordt daarom van de andere zouten gescheiden, door het mengsel herhaaldelijk met kleine hoeveelheden water te behandelen. De boterzure zwaaraarde wordt door zwavelzuur ontleed, waarbij het boterzuur zich als eene dunne, olieachtige vloeistof afscheidt. Het riekt naar ranzige boter, bezit eenen bijtenden smaak, en 0,9765 spec. gewigt. liet is nog bij — 9° vloeibaar; boven de 1003 kookt het en vervliegt zonder ontleed te worden. Het verbrandt met eene heldere vlam. In water, aether en alkohol is het in alle veihoudingen oplosbaar. Lil de waterige oplossing wordt hel

(1) Ook door <te gisting van rietsuiker wordt ér lwterzinir gevormd. Ver;;. Berzeuüs, Rapport tennuel, 1844, p. 312. yERJ,

(2) Vergel. de 2<t' en 3,lc noot op Hadzijde 137. Vsn?.

1

Sluiten