Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Het dierlijk ligchaam bestaat uit een zeker aantal van organen of leden. Elk derzelve kan men, wanneer men ze afzonderlijk beschouwt, in deelen ontleden, die geene overeenkomst met elkander bezitten. Al spoedig echter blijkt het, dat deze deelen zich in verschillende organen onder denzelfden vorm voordoen, doordien zij gedeeltelijk zeer naauw met elkander zamenhangen en op zichzelve één geheel vormen, zoo als zenuwen, bloedvaten, celweefsellagen, gedeeltelijk in kenmerken, die wij voor wezenlijke houden, met elkander overeenkomen, en zich slechts in minder gewigtigé eigenschappen, in vorm, grootte enz. van elkander onderscheiden.

De leer, welke zich ten doel stelt, om in verschillende organen de gelijksoortige deelen op te zoeken, ze met elkander te vergelijken en hunne algemeene kenmerken, die overal worden aangetroffen, vast te stellen, is de algemeene ontleedkunde, weefselleer, Itislologia; de bestanddeelen, welke de organen zamenstellen, heeten weefsels.

De histologie, is zoo oud als de wetenschap van het maaksel des menschelijken ligchaams in het algemeen; ook de oudste waarnemers zagen, dat beenderen, pezen, vaten, enz. in alle ligchaamsstreken zich met dezelfde eigenaardige kenmerken voordeden, en de oudste geneeskundigen vooronderstelden stilzwijgend de identiteit van zekere, in vorm en betrekkelijke ligging van elkander afwijkende weefsels, wanneer zij b. v. voor de genezing eener beenbreuk algemeene, op alle beenderen toepasselijke voorschriften gaven Men bezat echter geen histologisch stelsel en was zich wel evenmin

r" 10

Sluiten