Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de gronden bewust, waarop deze en gene deelen als gelijksoortige werden beschouwd. Fallopius, aan wien wij het eerste afzonderlijke werk over algemeene ontleedkunde te danken hebben (1), stelde wel is waar zoodanige beginselen voor de indeeling der weefsels vast, b. v. naar hunnen oorsprong, in deelen, die uit het bloed en in deelen, die uit het zaad bereid werden, of naar den vorm, in warme en koude, vochtige .en drooge weefsels; maar hij zet geene dezer indeelingen voort, en voert slechts achtereenvolgend een aantal van weefsels aan, waarvan hij het maaksel en het nut schildert. Yóór en na hem werden er door sommigen vele voortreffelijke waarnemingen over het fijnere maaksel van afzonderlijke organen en stelsels, voornamelijk omtrent de verspreiding der fijnere bloedvaten , gemaakt; maar eerst in het begin van onze eeuwr werd de leer der weefsels weder in zamenhang en in eenen wetenschappelijken vorm voorgedragen, die zich nagenoeg tot op onze dagen heeft staande gehouden en op de gedaante der physiologie en geneeskunde den onmiskenbaarsten invloed heeft uitgeoefend. De schepper van dezen vorm, eigenlijk de schepper der histologie, is Bichat.

De wijze, waarop Biciiat de weefselleer bearbeidde, was voornamelijk door Haller's ontdekkingen voorbereid. Haller schreet aan de dierlijke vezels, die zich door de aanraking met vreemde ligchamen verkorten, eene eigenaardige kracht toe, irritabiliteit; hoe grooler de irritabiliteit was, des te sterker was de verkorting. Hij noemde sensibile vezels die, welke bij aanraking den indruk aan de ziel mededeelden (2). Hij en nagenoeg alle physiologen van zijnen tijd hielden zich vooral bezig met het onderzoek der ligchaamsdeelen en wreefsels ten opzigte van hunne sensibile of irritabile natuur. Hieruit volgde echter, dal aan de levende organische vezels bepaalde krachten gebonden waren, welke door de menigvuldigste uitwendige invloeden in werking gebragt werden, en waardoor zich de organische vezels van alle anorganische ligchamen en van elkander zelve onderscheidden. Het begrip van de physiologische energie der weefsels ontwikkelde zich, en men

(t) Lectiones Gabr. FallOPII de purlibus similaribus humani oor por is ex dicersis exemplaribus a VOLCHERO COITERO collectae. Noriml). 17*5.

(2) A. de IIalier, Métnoire sur In nature sensiblc et irritable des porties Hu corjis animal. l.ausarine 1756, I, 7.

Sluiten