Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts voor eenen zekeren tijd hunne zelfstandigheid hadden verloren. Döllinger en zijne leerlingen bouwden het ligchaam uil bloedbolletjes, die zich in de organische zelfstandigheid in kanalen zonder wanden zouden bewegen, zich zouden aanleggen en weder vrij worden, en C. Mayer (1) schrijft aan de bloedbolletjes zelfs een eigendommelijk leven, gedachte en spontane beweging toe. Hoe er uit de kogelvormige elementaire deeltjes, vezels en buizen ontstaan, verklaarde IIeusinger op de volgende wijze: als uitdrukking van den gelijken kamp tusschen contractie en expansie vormt zich de kogel; daarom zijn alle organismen, alle organische deelen oorspronkelijk kogels geweest. Bij eene sterkere spanning der krachten ontstaat er uit den dikwijls slechts schijnbaar homogenen kogel de blaas. Waar zich in het organisme kogels en vormlooze massa bevinden, daar plaatsen zij zich in rijen, volgens chemische (?) wetten, naast elkander en vormen vezels. Waar zich blazen in rijen verbinden, daar ontstaan kanalen, vaten (2). Op eene verwonderlijke wijze komt deze beschouwing, zoo als men zien zal, de waarheid nabij, ofschoon de feiten, die tot bewijs worden aangevoerd, deels onjuist, deels verkeerd verklaard zijn. Want onder de eenvoudige blazen neemt IIeusinger b.v. behalve de vet- en slijmblaasjes t ook de weivliezen op, en als sporen der vroeger gescheidene blazen na hare verbinding tot vaten, beschouwt hij de klapvliezen der watervaten.

Op eenen beteren grond berust reeds hetgeen Raspail over vorming, vorm en krachten der organische moleculen of atomen zegt (5). In ontwikkelden toestand zouden het blaasjes zijn of cellen, begaafd met leven en met de geschiktheid, om in hunne holte en wel tot in het oneindige voort nieuwe cellen van eenen soortgelijken bouw en met soortgelijke krachten voort te brengen. Zij ontstaan in den vorm van oliedroppels, welke in water eenen sphaerischen vorm aannemen en reeds in aanraking met de dampkringslucht zuurstof opnemen; later verbinden zij zich ook met anorganische bases, en zoodra dit geschiedt, begint de scheiding

(1) Supplemente zur Lehre vom Kreislaufe, Heft. 2- Bonn. 1830, S. 11 Die Metamorphose der Monaden, Bonn. 1840.

(2) IIeosinger , Histologie, I, 112.

(3) Chimie organir/ue, § 831, 832, 1556, 5421 cn volg.

Sluiten