Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

atomen zamengesteld is, die, door eene onverklaarbare magt beheerscht en bijeen gehouden, zich op eene typische wijze ontwikkelen en rangschikken. Zij zijn met eigendomrnelijke krachten begaafd, want uit eene gemeenschappelijke bron, den dojer of het bloed, vormen en voeden zij zich alle, elke cel op hare wijze. De algemeene ontleedkunde moest derhalve, zoo zij de wetenschap van de laatste werkzame morphologische bestanddeelen des ligchaams zijn zou, tegenwoordig van de beschouwing dezer monaden uitgaan ; zij moest met de navorsching van haar maaksel, haar ontstaan, hare krachten, hare chemische en physische eigenschappen beginnen, en vervolgens uit haar de weefsels zamenstellen, die niet anders zijn, dan aggregaten van eene hoeveelheid gelijke elementaire deeltjes. Een rationeel stelsel der histologie moest als beginsel van indeeling der weefsels, de metamorphosen der cellen bezigen, zoo dat er groepen van weefsels gevormd werden, naarmate b. v. de cellen afzonderlijk blijven, of zich in de lengte naast elkander plaatsen, of zich stervormig vertakten, of in vezels splitsten, enz. Maar nog zijn de feiten niet talrijk en niet zeker genoeg, dat wij met vertrouwen deze methode volgen kunnen, en de weinige proeven eener zoodanige systematische rangschikking, welke tot nog toe verschenen zijn, kunnen naauwelijks tot navolging opwekken (1).

(1) SCHWAMf verdeelt de -weefsels in de volgende 5 klassen: 1. Geïsoleerde zelfstandige cellen: ■weibolletjes, bloedbolletjes, slijm- en etterbolletjes, enz. 2. Zelfstandige, tot za m enhangende weefsels vereeüigde cellen. Daaronder rekent hij de opperhuid en de overige zoogenaamde hoornweefsels, het zwart pigment en de kristallens. Maar in de haren, vederen, klaauwen en in de lens komen cellen voor, die tot vezels zijn ineengesmolten, en verder zijn er ook vertakte pigmcntcellen, die met elkander in verbinding staan.

3. Cellen, waarin slechts de cel wanden met elkander tot een geheel versmolten zijn: kraakbeenderen, beenderen en tanden. In de sponsachtige kraakbeenderen zijn echter de celwanden niet met elkander tot één geheel versmolten, en bet ivoor der tanden bestaat voor het grootste gedeelte uit in regtlijnige rijen naast elkander geplaatste cellen, even als de vezels der haren.

4. Vezelcellen: celweefsel, pcesweefsel, elastisch weefsel. Ilierin zullen zich de cellen in vezelbundels splitsen; cel- en peesweefsel, welke overigens niet van elkander verschillen, kunnen ten opzigte van hunne ontwikkeling met het elastisch weefsel volstrekt niet op ééne lijn geplaatst worden. 5. Cellen, waarin de celwanden en hunne holten met elkander versmolten zijn: spieren, zenuwen, haarvaten. Tegen deze klasse moeten wij inbrengen, dat de

Sluiten