Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daardoor elementaire deeltjes voor infusoiïën gehouden werden. Bijzonder beroemd werd in dit opzigt de door Brown ontdekte moleculaire beweging, welke bij alle zeer kleine, in vloeistoffen opgehangene moleculen en bij voorkeur reeds aan de korreltjes van het zwarte pigment kan worden waargenomen. Zonder twijfel wordt zij voortgebragt door de stroomingen, welke door de verdamping der vloeistof op de oppervlakte ontstaan, want zij neemt in dezelfde mate af, als de verdamping tegengegaan wordt door het bedekken der vloeistof met glas, olie, enz. De moleculaire beweging bestaat in een gering heen en weder bewegen der kogeltjes ; zij beschrijven echter dikwijls ook tamelijk uitgestrekte wegen, docli niet snel of in eene regte lijn, maar langzaam en boogsgewijs voortgaande. Platte korreltjes komen daarbij nu eens met de smalle, dan weder met de breede zijde boven; cylindrische ligchaampjes , korte vezelen of staafjes krommen zich ook slangvormig, daar zij met sommige gedeelten hunner lengte in zekere male in verschillende stroomen liggen. Daardoor wordt de schijn van zelfstandige beweging 2iog vermeerderd. Aan de fijne staafjes van het Jacob'sche vlies bij de menschen en zoogdieren kan men dit verschijnsel leeren kennen. De schijn eener spontane plaatsverandering kan ook ontstaan door de stroomingen, welke bij de vermenging van verschillende vloeistoffen of bij het oplossen van vaste deelen in vloeistoffen plaats vinden; deze houden op, zoodra het scheikundig evenwigt hersteld is. Yerder kan de beweging ook worden veroorzaakt door eene afhellende ligging van den objectdrager, waardoor wel niemand lang kan worden bedrogen, of eindelijk door de aanwezigheid van llimmer-vliesstukjes of van wezenlijke infusiediertjes, die zich óf in de massa verbergen óf zich door hare kleinheid aan het oog onttrekken. Zoo worden in rottende stoffen dikwijls bloed- of slijmkorreltjes enz., ware rotsklompen voor de kleine vibrionen en monaden, door eene massa der laatsten aangepakt en omgewenteld.

Wat de bereiding der voorwerpen betreft, zoo is het in de eerste plaats, vooral bij sterkere linzen, noodig effene oppervlakten te verkrijgen, opdat niet de buiten den focus gelegene, somtijds ook spiegelende deeltjes eenen storenden invloed uitoefenen. Tot dat einde bedekt men het praeparaat inet vloeistof of met een fijn glazen

Sluiten