Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sneden van deze weefsels of fijne deeltjes van weeke en niet vezelige zelfstandigheden hebben, dan moet men op middelen denken, om ze hard te maken. Purkinje bezigde daartoe houtazijn en zamengedrongen liquor subcarbonatis potassae, welke de dierlijke weefsels zoo hard maken, dat men er gemakkelijk dunne lagen van kan snijden. Hannover prijst het verdund chromiumzuur aan, dat hij door Jacobson ter verharding van dierlijke weefsels zag aanwenden. Raspail droogde stukken van weeke plantenzelfstandigheid, nadat hij ze eerst met eene gomoplossing had laten doortrekken, om het ineenschrompelen te verhinderen, en Wasmann heeft deze behandeling met goed gevolg tot het onderzoek van het slijmvlies der maag gebezigd. In vele gevallen is het voldoende, stukken van weefsels of organen, aan zichzelve overgelaten, te droogen. De stukken moeten slechts niet te dun zijn, daar zij anders in gedroogden toestand ligt breken, en mogen bij het droogen niet uitgespannen gehouden worden, want daardoor juist ontstaan, uit ligt te begrijpen oorzaken, scheuren en bersten. Ik heb van stukken huid, hoornvlies en spieren, nadat zij zoo hard waren geworden als hout, fijne spaantjes meer afgeschaafd dan gesneden, die, wanneer zij in water geweekt waren, de eigenaardige elementen dezer weefsels geheel en al ongeschonden lieten herkennen. Om van de versche hersenen en het ruggemerg en van de weefsels, die in consistentie daarmede overeenkomen, dunne laagjes af te snijden, heeft Valentin een instrument voorgesteld, dat hij dubbelmes noemt (1). Dit bestaat uit twee zeer scherpe messen, die door middel van een schuifpincet bij elkander gebragt worden, zoo digt als men wil. Hoe hooger de schuif opgaat, des te naauwer wordt de tusschenruimte tusschen de beide snijdende oppervlakten.

Zoo gewenscht als het is, dat de voorwerpen in de vergrooting, zoo als het zamengestelde mikroskoop ze ons vertoont, aan eene verdere ontleedkundige praeparatie konden worden onderworpen, zoo moeijelijk is het deze uit te voeren. Een bezwaar ligt reeds daar in, dat het mikroskoop de voorwerpen en daarom ook de ontledende instrumenten omkeert, zoodat men aanvankelijk steeds

(1) Repertorium, 183!). s, 30,

Sluiten