Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I middel eener verdeelingsmachine, zeer fijne lijnen zoo digt mogelijk en op eenen bepaalden afstand van elkander geslepen zijn. Gewoonlijk wordt daarbij nog eene tweede reeks Tan lijnen gevoegd, welke de eerste in regte hoeken snijden, zoodat er vierkante vlakken ontstaan, en er is nu slechts uit te vorschen, hoeveel vlakken een mikroskopisch voorwerp inneemt, of hoeveel mikroskopische voorwerpen op een veld gaan. Men brengt tot dat einde het praeparaat op de mikrometerplaat, of liever, men legt de mikrometerplaat in het oculair, zoodat zij slechts door de oculair-linze vergroot wordt, en men door het net van strepen heen op het voorwerp ziet. Bij het gebruik van den schroefmikrometer wordt het voorwerp, dat men meten zal, onder eenen in het oculair gespannen draad doorgevoerd, door het omdraaijen eener zeer fijn verdeelde schroef, die in de plaats van het hoofd eene groote, ronde schijf heeft, welker rand in graden is verdeeld. Zij draait zich aan eenen vaststaanden nonius, en, men bezit alzoo een middel om uit te rekenen, hoeveel omdraaijingen en hoeveel gedeelten eener omdraaijing de schroef maken moest, vóórdat het voorwerp onder den draad in het oculair was doorgegaan. Wanneer door ééne omdraaijing der schroef de objecttafel en het voorwerp, dat er op ligt, eene zekere lengte wordt voortbewogen, b.v. J/10'", en wanneer het hoofd der schroef in 100 graden verdeeld is, dan heeft het voorwerp, wanneer de schroef één graad voorwaarts wordt bewogen, 1/IOoo'" doorloopen. Het is moeijelijk uit te maken, aan welk dezer instrumenten men de voorkeur geven moet. In een zeker opzigt is de schroefmikrometer naauwkeuriger, daar bij den glazen mikrometer nog steeds iets aan onze schatting blijft overgelaten ; de laatste worden intusschen tegenwoordig zoo fijn gemaakt, dat zij in de meeste gevallen volkomen toereikende zijn. Ik heb voor de in dit werk opgegevene metingen een schroefmikrometer gebruikt, welke met den nonius tot V]„ooo eener Parijsche lijn aangeeft. Tot meerdere zekerheid stel ik de metingen steeds zoo in het werk, dat ik het voorwerp voor- en achteruit beweeg, en slechts zoodanige metingen opneem, waarbij de mikrometer, nadat het ligchaam voor- en weder achterwaarts geschoven is, juist op hetzelfde punt komt, waarop zij bij het begin van het onderzoek stond. Toor het overige komen er in de grootte der elementaire

Sluiten