Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keling, mikroskopische ligcliaampjes voor van eenen eigenaardigen en zeei kaïakteiistieken vorm, die men inet de bovengenoemde namen pleegt te bestempelen. Het zijn blaasjes (PI. I, fig. 1, PI. II, fig. 2, PI. IY, fig. i, E, PI. Y, fig. 4, B, 15," 22 ^ B.), die uit een fijn vlies beslaan, met eenen vloeibaren, nu en dan eenigzins korreligen inhoud; in hunnen wand ligt een klein, donkerder ligchaam (PI. I, fig. 1, b), de celkern, nucleus, cytoblast (Schleiden), en deze is gewoonlijk gekenmerkt door ééne of twee, zelden meerdere, nog donkerder en nagenoeg regelmatig ïonde vlekjes (PI. I, fig. 1; e.), nucleoli, kernligchaampjes. De celkern bezit eene tamelijk bestendige grootte en vorm, rond of ovaal, 0,002—0,004 " in doormeting, meestal eenigzins afgeplat, helder of geelroodachtig, glad, fijn gekorreld of ook wel even als eene framboos uit fijnere korreltjes zamengesteld (PI. I, fig. 7), in welk geval de kernligchaampjes onzigtbaar zijn. Ook de celkern schijnt somtijds uit een vliesachtig omhulsel en eene ingeslotene vloeistof te bestaan; zij kan zich ten minste onder zekere omstandigheden in een vetblaasje veranderen.

De meeste elementaire cellen lossen zich, vooral in den eersten tijd na hare vorming ol in hare jeugd, zoo men dit zeggen mag, in azijnzuur op, waarna de kernen overblijven en des te duidelijker als zelfstandige ligchaampjes kunnen onderscheiden worden. Kern en kernligchaampjes verschillen echter, voor zoo ver men weet, chemisch niet van elkander; men kan de kernen niet ontleden, zonder gelijktijdig de kernligchaampjes te vernietigen, en om deze reden is het ook nog niet zeker, of de kernligchaampjes vlekken, openingen of zelfstandige kogeltjes of blaasjes binnen in of in den wand van den nucleus zijn. Volgens Sciiwann (1) liggen zij in de ronde cellen excentrisch, bij de holle aan den inwendigen wand der kern. Bij de planten zouden zij , zoo als Schleiden opgeeft, zelve nog holle blaasjes kunnen zijn.

De cellen liggen in eene vormlooze stof, cytoblastema volgens Sciiwann , waarin zij zwemmen, wanneer het cytoblastema vloeibaar is, of als het ware in een bed liggen, wanneer het cytoblastema half vast of vast is. Het vaste cytoblastema, waarin de cellen meer

(1) MikrosJtoj). [fitters. s. 20g.

Sluiten