Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de laatste groepen zijn de dojerkogeltjes, die derhalve slechts klompjes der kleine, door eene vaste bindmassa bijeengehoudene korreltjes zijn, aanvankelijk zonder een omhullend vlies, daar zich eerst later het celvlies vormt. Schwann's tweede soort van kogeltjes, de kogeltjes der dojerholte, zijn kleiner dan de eigenlijke dojerkogeltjes, volkomen rond, licht met gladde randen, "en bezitten aan de binnenvlakte der wand een kleiner, eveneens geheel en al rond kogeltje, dat naar een vetdroppel gelijkt. Aan jonge dojers werden de kogeltjes der dojerholte door water terstond vernield; zij bersten met eenen ruk, die zich aan het binnenste, donkere kogeltje laat bemerken. Dit en eenige fijn korrelige zelfstandigheid blijven er over. Sciiwann wil niet beslissen of het donkere of kernkogeltje, zoo als hij het noemt, de plaats der celkern inneemt; Reichert houdt het er voor (1), en de wijze, waarop zich eenige kogeltjes der dojerholte verder veranderen, is voor zijne stelling gunstig. Aanvankelijk namelijk vertoont er zich om het kernkogeltje een grof- of fijnkorrelig nederslag binnen in de cel, die zich van daar verder uitbreidt, waarbij het kernkogeltje, hoewel door het nederslag verborgen, toch steeds zijne zelfstandigheid bewaart. In andere gevallen echter wordt de geheele cel allengs gevuld met kogeltjes van de grootte en het vetachtig aanzien van het kernkogeltje, die men toch onmogelijk alle voor kernen kan houden. Daarbij moet men nog bedenken, dat er zich tusschen de eigenlijke dojerkogeltjes en de kogeltjes der dojerholte middentrappen bevinden. Er zijn eigenlijke dojerkogeltjes, die van de kleine korreltjes één of meerdere grootere bevatten, welke met de kernkogeltjes overeenkomst bezitten, en kogeltjes der dojerholte, die met eene grootere of kleinere hoeveelheid van de kleinere dier kogeltjes gevuld zijn. Het is derhalve mogelijk, dat de eene vorm in den anderen overgaat; de eigenlijke dojerkogeltjes zullen dan zeker den oorspronkelijken vorm uitmaken, want zij zijn jonger; de dojerholte met hare cellen zal het eerst gevormd en de eigenlijke dojerzelfstandigheid laagswijze om haar geplaatst worden (2). De veranderingen van de cellen der.

(1) t. a. p. s. 30.

(2) ScHWiNff, t. a. p.

Sluiten