Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer gespannen, en vallen door het afgeven van water (exosmose) zamen. Ascherson had eene hoeveelheid kunstmatige cellen door schudden van olie en eiwit gevormd. Zij waren nagenoeg alle langwerpig en rimpelig. Vervolgens werd een droppel dezer emulsie met water verdund; de cellen werden meer gespannen en namen eenen meer sphaerischen vorm aan; een aantal kleine oliedroppels scheen gelijktijdig naar buiten getreden te zijn en zich op hare uitwendige oppervlakte te hebben geplaatst. Als hij bij het water azijnzuur voegde, zag hij de cellen zoo gespannen worden, dat de meeste berstten. In olie daarentegen namen de plooijen van hel vlies in aantal toe, en de cellen schrompelden ineen. Wij zijn het volkomen met Ascherson eens, wanneer hij de vorming van het haptogeenvlies, zoo noemt hij deeiwitlaag rondom den vetdroppel, tot een physisch proces terugbrengt, tot eene soort van verdikking, die op de oppervlakte van aan elkander rakende, vreemdsoortige vloeistoffen plaats grijpt. Eene zoodanige verdikking komt in vele gevallen voor, en veroorzaakt, dat luchtblazen, kwikzilverkogeltjes enz., in vloeistoffen verdeeld, niet terstond weder inéénvloeijen. Hoe sterker zij is, des te meer wederstand kunnen de vliezen bieden. In eene groote mate wordt dit opgemerkt tusschen vet en eiwit, waarvan aan den éénen kant de wederkeerige betrekking dezer stoffen tot elkander, aan den anderen kant de merkwaardige eigenschap van het eiwit en van de proteïneverbindingen in het algemeen, die onder den naam van strembaarheid door ons wordt aangeduid, oorzaken kunnen zijn. Eiwitstof, kaasstof en vezelstof vertoonen deze eigenschap, daargelaten den toestand, waarin zij bij scheikundige verbindingen geraken, onder verschillende omstandigheden, en in eenen sterkeren of ligleren graad; de eiwitstof stolt zeker slechts in de hitte en door aanraking met stoffen, als alkohol en kreosoot, die in het levende ligchaain niet gevonden worden; de kaasslof stremt daarentegen door de organische zuren, die in de vochten van het ligchaain aanwezig kunnen zijn, de vezelstof zelfs vrijwillig en onophoudelijk. Wanneer nu reeds het eiwit zoo zeer tot de vorming van een vlies geneigd is, dan mag men dit des te meer van de kaasstof en de vezelstof verwachten. Met de vezelstof is, wel is waar, de proef niet gemakkelijk te nemen, maar van de kaasstof is het ten minste zeer waarschijnlijk, dat zij de vaste omhulsels der melkkogeltjes levert.

Sluiten