Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

planting eene exogene noemen. Bij de cellen van hoogere planten en van dieren is zij niet waargenomen.

2. Door endogene voortplanting, zoodat uit den inhoud eener rijpe cel en binnen in liaar nieuwe cellen ontstaan. De inhoud der moedercel vormt het cytoblastema der dochtercellen. Volgens Sciileiden (1) is deze soort vdn celvorming, die bij het stuifmeel reeds sedert eenen langen tijd bekend was, de eenige, welke bij de zigtbaar bloeijende planten voorkomt. Nadat zich in den kiem, die zelf eene cel en in eene cel gevormd is, de eerste cellen, gewoonlijk slechts weinige in getal, gevormd hebben, zetten zij zich spoedig zoover uit, dat zij de moedercel aanvullen en dat deze als omhullend vlies weldra ïiiet meer te herkennen is. Terstond echter ontstaan er binnen in elk dezer cellen weder verscheidene cytoblasten, waarom zich nieuwe cellen vormen, bij welker uitzetting de moedercellen eveneens ophouden zigtbaar te zijn en opgeslorpt worden, enz.

Dat ei ook in het dierlijk organisme cellen voorkomen, die in cellen woiden ontwikkeld, is aan geen twijfel meer onderworpen, maar vele op zichzell staande gevallen zijn er nog mede in strijd, en vooral moet het dikwijls onbeslist blijven, hoe de cellen, welke de jongere generatie bevatten, ontstaan zijn, of zij eenvoudige of slechts verwijde elementaire cellen zijn, eene kern bezitten of ten minste bezaten, dan ol zij zelve niet reeds zamengesteld en blaasvoimig geslotene vliezen zijn, die uit ineengesmoltene elementaire cellen werden gevormd. In het laatste geval zouden zij tot de ingeslotene cellen in geene andere betrekking staan, dan de cutis tot de cellen der opperhuid, en zou men ze even zoo min moedercellen mogen noemen, als men zich een weivlies, b. v. het hartezakje, met betrekking tot het epithelium, dat hetzelve overtrekt, als moedercel zou voorstellen.

De sterkst sprekende bewijzen van endogene voortplanting van cellen levert de eerste ontwikkeling van het embryo uit de doj erkorreltjes op. A. de Quatrefages (2) geeft als resultaat zijner on-

(1) Müiler's Archiv, 1833, S. 161.

(2) Annal. des scicnces natur. 2. Serie II, 115,

Sluiten