Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ontstaan van de blinden-darmvormige zakjes der maagklieren uit ineengesinoltene elementaire cellen wordt door eene vergelijking van PI. V, fig. 16 en 17, zonder verdere opheldering duidelijk. Wanneer de kanaaltjes der ballen uit ineengesmoltene celwanden bestaan, dan grijpt er in deze eene dubbele insluiting van cellen plaats, daar de groote kogeltjes, welke gedurende de zaadvorming ontstaan, nogmaals kleinere cellen bevatten.

Ik wil hier niet onvermeld laten, dat Schwann ook in de kristallens (1), in de gangliën (2) en in de epidermis (5) bij larven van kikvorschen eenige malen cellen heeft waargenomen, waarin een jonger broedsel ingesloten was. Die van de opperhuid kunnen welligt van de huidklieren afkomstig zijn.

Sciiwann beschouwt ook de capsula lentis en het chorion als eenvoudige celvliezen, daar zij in volkomen ontwikkelden toestand structuurloos zijn , en hij beschouwt dien ten gevolge zoo wel de cellen, waaruit zich de vezels der kristallens ontwikkelen, als ook de dojercellen, de cellen van het kiemvlies en van het embryo zelfs, als dochtercellen ; dat het kiemblaasje de kern der eicel vormen zou, heb ik reeds vermeld. Ik moet erkennen, dat deze verklaring mij nog zeer bedenkelijk voorkomt. Wij zien dikwijls lagen van cellen tot vliezen ineengesmolten , die na de resorptie der kernen structuurloos schijnen; dal dit bij de capsula lentis het geval is, wordt reeds daardoor zeer waarschijnlijk, dat een met de kapsel zeer overeenkomstig vlies, het vlies van Demours, over de achterste vlakte van het hoornvlies heengaat, waar het toch geen gedeelte eener cel of als zoodanig ontstaan kan zijn. Wat het chorion aangaat, zoo zijn de onderzoekingen van Barry omtrent het ontstaan van het ei bij zoogdieren en vogels (4) deitheorie van Sciiwann niet gunstig. Volgens Barry komt eerst het kiemblaasje te voorschijn; het is met oliedroppels omgeven, die zich later in cellen veranderen ; om deze cellenmassa vormt zich eerst een structuurloos vlies, het vlies van het Graafiaansche blaasje;

(1) Mikroskop. Untersucli. S. 100.

(2) t. a. p. S. 183.

(3) t. a. p. S. 83.

(4) Philos. transact. 1838, P. If, p. 309.

Sluiten