Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der choroïdea het midden der voorste, naar de lens toegekeerde vlakte.

Met de veranderingen van den vorm grijpen ook gelijkmatig de veranderingen van de chemische gesteldheid en den inhoud der cellen plaats. De meeste jonge cellen worden door azijnzuur opgelost; onder die, welke haren volkomenen groei hebben verkregen, zijn er vele, die door dit zuur moeijelijk of in het geheel niet worden aangedaan. Een in het oog vallend voorbeeld van chemische verandering bieden de cellen der epidermis aan. De inhoud, die aanvankelijk korrelig is, wordt allengs helder en vloeibaar; in andere gevallen wordt de heldere vloeistof weder troebel en zet zij eigenaardige ligchaampjes af, zoo als de pigmentbolletjes in de cellen van gekleurde ligchaamsdeelen, de zaaddiertjes in de cellen der ballen. Yan het nieuwe cellengeslacht, dat zich binnen inde cellen ontwikkelt, was reeds vroeger sprake. Yet, haematine, chlorophyllum bij de planten (1), de verschillende afscheid ingsstoffen, ontstaan in cellen, en zoo als zich nu en dan laat nagaan, door eene langzaam voortgaande vervorming van den inhoud der cellen; zoo worden de bloedbolletjes slechts langzamerhand gekleurd, en komt het vet aanvankelijk in afzonderlijke droppeltjes te voorschijn, die eerst bij eene voortgaande opeenhooping ineenvloeijen. Ook komt er door uitdrooging lucht in de plaats van den vroegeren inhoud der cellen, b.v. in de vederen der vogels (2).

Wij moeten nog iets naauwkeuriger het aandeel onderzoeken, dat het celvlies aan de vormveranderingen der cellen neemt. Dat zij bij haren groei niet blootelijk passief wordt uitgezet, even als eene blaas door vloeistof, is reeds daardoor te bewijzen, dat zij in sterkte kan toenemen. Dit is duidelijk zigtbaar aan de cylindertjes van het epithelium der darmen (PI. I, fig. 8) en aan de kraakbeencellen (PI. Y, fig. 6, A, k, B, a). Bij de planten komen de verdikkingen van den celwand meestal in den vorm van spiraalvormige vezels voor; zulke verdikkingen zijn bij de dierlijke cellen nog niet aangetroffen. Daarentegen is eene laagswijze nederzetting der zelfstan-

(1) Meten , Pjlanzeiipltysiol. 1, 201.

(2) ScnwANN, t. a. p. S. 94.

14*

Sluiten