Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hiermede geloof ik de verschijnselen te hebben opgesomd, die tot nog toe aan de afzonderlijke, zelfstandige cellen door ons zijn waargenomen. Men merkte eindelijk nog op, dat zij, om met de buitenwereld, met tusschencelruimten en met aangrenzende cellen in verbinding te komen, eene gedeeltelijke vernietiging, welligt door resorptie van een gedeelte van den wand, ondergaan, waarna de randen der scheur met de aangrenzende zelfstandigheid tot één geheel ineensmelten. Dit leidt ons tot eene tweede reeks van metamorphosen, die alle dit met elkander gemeen hebben, dat de cellen hare zelfstandigheid laten varen, terwijl de wanden van naast elkander gelegene cellen ineen vlo eij en, en de holten zich dan ook wel, door bersting der ineengesmoltene celwanden, in elkander openen. De weefsels, welke hunnen oorsprong aan op zoodanige wijze verbondene cellen verschuldigd zijn, verschillen naarmate van den vorm en de rangschikking der cellen en naarmate de cellen vóór de ineensmelting in wand en holte duidelijk gescheiden waren of niet. In de volgende groepen laten zich de tot nog toe bekend gewordene vormen rangschikken.

I. De ineensmeltende elementaire deeltjes zijn ware cellen en bestaan uit eenen meer of minder verdikten wand en eene met vloeistof gevulde holte.

1 De verdikte wanden der cellen in parenchymatische weefsels smelten met alle aangrenzende cellen en de in grootere of kleinere hoeveelheid aanwezige tusschencelstof in een; de holten blijven gescheiden. Naar dit beginsel ontwikkelen zich hoogst waarschijnlijk de echte en verbeenende kraakbeenderen, en derhalve ook de beenderen en de beenzelfstandigheid (cement) der tanden. In de vezelige kraakbeenderen (PI. V,fig. 7) liggen de cellen afgescheiden midden in de vezelige tusschencelstof. De echte kraakbeenderen bevatten in eene homogene grondlaag rondachtige holten, welke voor een deel met een vlies omkleed, voor een ander deel eenvoudige openingen zijn; met de in deze openingen bevatte kernen en jonge cellen houden wij ons hier niet bezig. De openingen zijn celholten, de homogene grondlaag bestaat óf alleen uit tusschencelstof, óf uit tusschencelstof en de met haar onafscheidelijk vergroeide, verdikte

Sluiten