Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mei (le moedercellen Tan andere klieren, als wel met de in de laalsle opgehoopte slijmkorreltjes te vergelijken, op gronden, die bij de bijzondere beschrijving duidelijker zullen worden.

c. Van de cellen gaan er holle verlengsels stervormig uit, die zich in elkander openen, zoo als bij de stervormige pigmentcellen der lamina fusca (PI. I, fig. 15, A) en, volgens Sciiwakn's vermoeden, bij de haarvaten (1). Daar de ligchamen der cellen zich allengs vernaauwen en de verlengsels wijder worden, ontstaat er een gelijkvormig net van buizen, een capillair stelsel.

II. D e ineensmeltende elementaire deeltjes zijn vaste plaatjes, wand en holte niet gescheiden. Het is echter dikwijls twijfelachtig, of deze plaatjes, vóór hunne verbinding, het proces der celontwikkeling hebben doorgeloopen, of zij even als de schubjes der epidermis eenmaal blaasjes geweest zijn, dan of zij niet liever hunne zelfstandigheid als het ware in hunne jeugd verloren, nog vóór dat zij den tijd hadden om goede cellen te worden. Aangenomen, dat het laatste plaats grijpe, dan is het nog even min uitgemaakt, of de plaatjes goed van elkander gescheiden en geheel en al zelfstandig waren, dan of niet liever de ineensmelting, in zekere rigtingen ten minste, reeds plaats had, vóór dat de celstof, om hunne cytoblasten naauwkeurig begrensd was. Zoo dit zou plaats grijpen, en dit zal later bij de beschrijving van de metamorphosen der kern zeer waarschijnlijk worden, dan zou de door Schwann te boek gestelde wet, waarnaar alle weefsels zich uit elementaire cellen zouden ontwikkelen, eene wijziging ondergaan. Zij zou op dezelfde verkeerde opvatting berusten, welke in de voorstelling der vergelijkende ontleedkunde en ontwikkelingsgeschiedenis zoo lang geheerscht heeft en gedeeltelijk nog lieerschende is, wanneer men b. v. zegt: het been A van een lager dier of van een embryo bestaat uit de in een gesmoltene beenderen A en B van het hoogere of ontwikkelde dier, in plaats van te zeggen, het bevat de laatste nog onafgescheiden van elkander. Met het woord »eene ineensmelting» drukken wij hier alleen den weg uit, welken onze kennis, van den hoogeren en voltooiden vorm uitgaande, toevallig genomen heeft. Voor het gemak dev

(1) 7,. rle scliemat. afbeelding bij Schvcann, I. a. p. Taf. IV, Fig. 12.

.

Sluiten