Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fijnste korreltjes. Zij zijn in azijnzuur onoplosbaar. Het vlies, waarop zij zich hebben nedergeslagen , kan geheel of ten minste in de tusschenruimten der 'vezelen worden opgeslorpt, en er blijft alsdan enkel een net van fibrillen over (PI. III, fig. 12), hetgeen op de inwendige oppervlakte der vaten dikwijls plaats vindt. Merkwaardig is het, dat er in de vliezen gelijktijdig met de vezels ook rondachtige en onregelmatige, meer of min groote openingen te voorschijn komen (PI. III, fig. II, a, b, c), die op eene beginnende resorptie in de interstitiën der vezels heenwijzen ; ik zag echter ook openingen van dezelfde soort in de inwendige laag van de wortelscheede der haren (PI. I, fig. 15) zonder vorming van vezels.

Het uitwendig voorkomen der gestreepte en doorboorde vliezen en het geheele beloop hunner vorming, zoo als ik dat heb afgeschilderd, herinneren ons aan de spiraalbuizen der planten (1), en vooral zijn de vertakkingen der spiraalvezelen, de openingen in het vlies, waarop zij liggen en de eindelijk plaats grijpende * resorptie van het laatste aan de netvormige, gevensterde en afrolbare spiraalbuizen zeer merkwaardige punten van overeenkomst. Daarentegen liggen de spiraalvezelen der planten binnen in eene cel, de beschrevene dierlijke vezels op een zamengesteld vlies; gene loopen ringvormig om de celholte; deze liggen, ten minste in de vaten, in de lengte. In de scheede der zenuw- en spierbundels schijnen zij allezins ook kringsgewijs te loopen.

Wanneer de vezels, die uit aaneengeschakelde cellen gevormd zijn, in fijnen draden worden gesplitst, hetgeen bij de vezels van het hoornvlies, van het bindweefsel, de organische spierenenden ■nervus symputhicus zoo gewoon is, dan liggen de vezels steeds onvertakt, evenwijdig aan elkander en in de lengte (PI. II, fig. I, PI. IV, fig. 2, A, fig. 6, A). Ik zal deze fijnere, secundaire draden van nu af aan steeds fibrillen noemen; indien men ze vezels noemt, dan moeten de strengen, waarvan zij de deelen uitmaken, den naam van «bundels» dragen. De verdeeling van eene vezel in fibrillen geschiedt óf door eenvoudige resorptie der zelfstandigheid tusschen de fibrillen, óf de fibrillen worden in het begin, even als bij de membranen, als verdikkingen op de oor-

1) Meten. Pflanzenphys. I, 117 en volg;.

Sluiten