Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken de verlengsels der afzonderlijke kernen eenvoudig aan elkander en de kernvezels loopen aan de zijde van eiken bundel, aan hem evenwijdig en zóó, dat tusschen elke 2 celvezels of 2 bundels van fibrillcn telkens eene kernvezel komt te liggen. Zeer regelmatig ziet men deze afwisseling van cel- en kernvezels in het tandivoor (PI. V, fig. 11), somtijds ook in fijne plaatjes van bindweefsel,

vooral in pezen en banden. Bij het bindweefsel, waarin de celvezels zelfs in fibrillen verdeeld worden, die in fijnheid de kernvezels evenaren, onderscheiden zich de laatste door hare donkere randen, haar fijn geslingerd beloop en hare onoplosbaarheid in azijnzuur (PI. II, fig. 8). Zij kunnen echter ook in het bindweefsel, even als in het tandivoor, zijtakken uitschieten, en op die wijze ontstaan, ten minste voor een gedeelte, de zoogenaamde elastische vezels in het bindweefsel en de vertakte buisjes van het tandivoor, zoo als die door Retzius zijn afgebeeld (1). De depositie van kalkzouten in deze buisjes levert het bewijs op, dat de kernvezels hol kunnen zijn ; of zij het ook in andere gevallen zijn, kan ik niet beslissen.

Indien de kernen aan den rand der bundels liggen

en afwisselend geplaatst zijn, dan groeijen zij op die wijze naar elkander toe, dat er zich van elke kern een verlengsel naar voren en een naar achteren vormt, waarvan het eene naar beneden, het andere naar boven gaat. Het ééne verlengsel der kern, j dat naar boven gaat, komt op de ééne vlakte der celvezel het naar beneden dalende verlengsel der aangrenzende kern, die boven haar geplaatst is, te gemoet; het naar beneden gerigte ver- I lengsel smelt in een met hel opwaarts stijgende der aangrenzende kern van onderen op de andere vlakte der celvezel, en er ontstaat I zoo doende eene spiraal, die de celvezel of hare fibrillen in meer of minder naauwe omwindingen omgeeft. Zulke spiraalvormige kernvezels j zijn in het bindweefsel niet zeldzaam. Op zekere plaatsen, die ik bij de speciale beschrijving zal opgeven, worden zij nagenoeg regelmatig gevonden ; anders komen zij zonder orde met de regte kernvezels li

(I) Müller's Archiv, 183", Pi. XXII, Fij. 1, b, Fi<j. 2.

Sluiten