Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich eene cel vormen, zoo als op de binnenste oppervlakte van grootere vaten gewoonlijk geschiedt. In andere gevallen kan de geheele cytoblastema-laag een eenvoudig, structuurloos vlies vormen, waarin de celkernen rond, ovaal of verlengd liggen. Ook dit komt aan het binnenste vaatvlies en aan de bastzelfstandigheid der haren voor. Wanneer eindelijk de celkernen in rijen gerangschikt zijn en zich in eene bepaalde rigting naar elkander toe verlengen, dan kent zich in eene zekere mate elke reeks van kernen eene streep cytoblastema toe ; nu eerst begint de scheiding der laag in vezels, en wel zoo, dat de reeks van kernen óf in het midden der cytoblastema-streep óf aan hare zijde ligt. In het begin, b.v. in het bindweefsel van het embryo, liggen de ovale kernen digt achter elkander, vervolgens zet zich elke kern naar beide zijden uit, en gelijktijdig groeit ook de celvezel door de opneming van nieuwe partikels tusschen de oude aan. Op enkele plaatsen, misschien als de verlengsels der kernen elkander niet treffen, verlengt zich ook de cel vezel naar ééne of beide zijden in punten, en doet zich dan als eene zeer verlengde, zelfstandige cel voor (PI. IV, fig. 2,B). De verdere vormveranderingen der celvezels en kernen vloeijen uit de boven vermelde daadzaken voort.

Men kan deze processen het best nagaan aan het weefsel der vaatrokken. Ilare ontwikkeling heb ik in het bijzondere gedeelte uitvoerig beschreven , waarop ik thans den lezer verwijs. Hier wil ik nog slechts op het merkwaardige feit de opmerkzaamheid vestigen, dat zich uit de cytoblastema-laag aan de binnenste oppervlakte der vaten nagenoeg al de verschillende vormen ontwikkelen, nu eens een regelmatig plaveisel-epithelium, dan eens een vlies met vertakte kernvezels, nu eens een vlies, waarin zich, na het verdwijnen der kernen, fijne vezels afzetten (PI III, fig. 11), dan eindelijk weder gerangschikte celvezels met kernen, even als in de organische spieren voorkomen.

De verschillende beteekenis en namen, welke de vormsels hebben verkregen, die ik als kernvezels Leb beschreven, wil ik bier bijeenvoegen, om in het vervolg daarop niet weder terug te komen. Dat de takkige kernvezels van liet bindweefsel en de vaat vliezen met elastische vezels verwisseld werden, is reeds vroeger vermeld. Het schijnt mij toe, dat ook de knobbelige opzwellingen, die Schyvann (Meel. Vereinszeitung, 1837, N°. 169) in het mesenterium van kikvorschen gezien en voor zenuwvezels gehouden heeft, niets anders dan kernvezels zijn, De afzon-

Sluiten