Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I lij 153 op 1840 in het werk gesteld, en werden in liet begin van liet jaar 1840 L in het Gesellschaft naturforschender Freunde te Berlijn , vervolgens, voor zoo i ver de vaten en spieren betrof, in Casper's IVoclienschrifft, IV0. 21, medegedeeld. Ik noemde de vezels, die uit kernen ontstaan, toenmaals naar hare ligging, interslitiele en omwikkelende. In het begin van 1840 kwam Gerber's Allg. Ana, tomie in het licht, waarin wel is waar ook nog spilvormig verlengde en aaneen; geschakelde cellen onder den naam van varikeuse celstof beschreven worden (bl. . 125). 0[> bladz. 70 echter vind ik de volgende plaats: «Gaan de cellen in draden i over, dan worden zij spilvormig en vormen in haren lijnvormigen zamenhang de i celvezels, waar binnen de kernen dikwijls op dezelfde wijze door tusschenkerndraden

onderling verbonden zijn. Welligt komen deze kernvezels ook bloot voor." Waarin ik Gerber tegenspreken moet, is, dat de cellen zelve steedsspilvormigworden, en dat de kernvezel binnen in de celvezel ligt. Overigens komen mij de hier door i| Gerber gebruikte namen te doelmatig voor, om ze niet boven alle andere te ! verkiezen.

VERRIGTINGEN DER ELEMENTAIRE CELLEN'.

Wanneer men ziet, hoe groot een aantal en misschien de geheele massa Tan organische vormsels uit gelijksoortige deelen, de elementaire cellen, deels zamengesteld is, deels uit haar ontwikkeld i wordt, dan kan men de hoop niet laten varen, dat de raadsels in de levensverschijnselen van zamengestelde organismen door het onderzoek dezer eenvoudige bestanddeelen opgelost zullen worden. 1 Want even als het organisme behouden wordt en werkzaam is door de krachten van zijne organen, even als de werkzaamheid der organen afhangt van den wederkcerigen invloed der weefsels, waaruit zij bestaan, even zoo moet eindelijk de energie der weefsels slechts de som der krachten zijn, waarmede elk deeltje begaafd is.

Een physiologisch feit te verklaren, heet, met andere woorden, zijne noodzakelijkheid uit de physische en chemische natuurwetten afleiden. Zeker geven deze ook omtrent de laatste oorzaak geen uitsluitsel, maar zij maken het mogelijk, dat eene menigte van op zichzelve staande feiten onder één geziglspunt gebragt worden, van ééne vooronderstelling uitgaande worden begrepen, en het is een triomf van het physisch onderzoek, wanneer van twee oogenschijnliik verschillende krachten, zoo als van magnetisme en electriciteit.

wordt aangetoond, dat zij slechts wijzigingen van ééne en dezelfde

kracht zijn. Wanneer wij nu moeten toestemmen, dat een levensverschijnsel zich uit de eigenschappen der stof niet laat begrijpen, i dan erkennen wij daarmede gelijktijdig het bestaan eener kracht

Sluiten