Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaraan nemen wand en inhoud wel gelijk deel. Zij trekken stoffen uit het cytoblastema aan; maar deze zijn in het cytoblastema, ten minste voor het grootste gedeelte, reeds gevormd aanwezig, door de eigenaardige krachten, die zich toch ook door de ontwikkeling der cellen uit de gelijkvormige stof kenbaar maken. De scheikundige werkzaamheid der cellen berust, zoo als het schijnt, meer op het vermogen om afzonderlijke bestanddeelen van liet cytoblastema in zich op te nemen. Daar de opneming door endosinose geschiedt, moet men aannemen, dat er een oorspronkelijk verschil in de celwanden aanwezig is, waardoor veroorzaakt wordt, dat de ééne stof opgenomen en de andere uitgesloten wordt. Eindelijk hangt ook weder de chemische gesteldheid der celwanden van het cytoblastema af, dat zich om de kern heeft nedergeslagen en vast geworden is.

Wij zijn nu tot eene reeks van wonderlijke verschijnselen genaderd, welker grondoorzaak zich naauwelijks laat vermoeden; ik bedoel de bewegingen, die aan de cellen zelve, aan haren ingeslotenen en uitgestorten inhoud worden waargenomen.

Mij zijn geene geldige opgaven van bewegingen van elementaire cellen bekend, of men moet de laagste afgietseldiertjes voor eenvoudige cellen aanzien. Zamentrekking en uitzetting wil Sciiultz aan de bloedbolletjes hebben waargenomen, maar hij zag slechts het opzwellen en ineenvallen door exosmose. De beweging der flimmerhaartjes echter, hun afwisselend buigen en uitstrekken, berust op eene werkzaamheid der elementaire cellen, waarop zij geplaatst zijn, en duurt aan de afzonderlijke cellen nog eenen langen tijd voort.

Van beweging van den inhoud der cellen leveren de plantencellen talrijke voorbeelden (1) op. De beweging maakt zich kenbaar aan de korreltjes, die in de cellen bevat, overigens op zichzelve geheelenal passief zijn, en na de uitvloeijing zonder beweging daar nederliggen. Het meest bekend is de kringswijze beweging van de celvochtkogeltjes in de vliezige buizen der cliarae. De snelheid en de rigting van den stroom is in verschillende cellen van dezelfde plant verschillend, en elke cel schijnt daarom den grond der beweging in zichzelve te bezitten. Wanneer men eene cel met eene naald kwetst,

(1) Meten, PJlanzenpïiys, If, 218 volg.

Sluiten