Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krachten begaafd zijn. Elke cel dient liet geheel, elke wordt door het geheel beheerscht, en elke is slechts werkzaam, door met het geheel verbonden te zijn. De som der cellen is een organismus, en het organisme leeft, zoolang zijne deelen ten dienste van het geheel werkzaam zijn. Dat de inhoud der cellen en de tusschencelstof in het leven en de verrigtingen van het organisme deelen, meen ik na al het aangevoerde als uitgemaakt te moeten beschouwen.

Wat houdt de deelen van het organisme bijeen, en welke is de voorwaarde voor de typische ontwikkeling der afzonderlijke deelen? Op deze laatste vraag van onze wetenschap waag ik het niet hier dieper in te dringen, en ik beschouw mijne taak als volbragt, wanneer het mij gelukt, de bouwstoffen voor eene algemeene physiologie te vermeerderen en te rangschikken.

Tegenover de pogingen en verwachtingen van den jongsten tijd, om de ontwikkeling en de levensverschijnselen van het organisme tot physische wetten terug te brengen, wil ik slechts met een paar woorden op het onderscheid wijzen, dat er tusschen de kracht, die in het organisme werkt, en de krachten der levenlooze natuur bestaat. Zij onderscheidt zich reeds door de zamenstelling der elementen, die onder haren invloed tot stand komen, door de geschiktheid van zich zonder verlies aan intensiteit te vermenigvuldigen en over eene steeds grootere massa van stof uit te breiden, bovenal echter door haar voortbestaan na de wisseling der stof. De morphologische elementaire deelen dienen het organisme slechts een tijd lang; dan worden zij afgestooten of opgelost; en wanneer zij niet in hun geheel en zigtbaar afsterven, dan blijven zij toch niet bestaan zonder eene bestendige vernieuwing hunner zelfstandigheid. De in het organisme werkende kracht is derhalve niet blootelijk de som of het product der krachten zijner afzonderlijke bestanddeelen, want zij overleeft deze bestanddeelen. Men kan ze zich ook niet voorstellen als eene kracht, welke het eene atoom op het andere, als het ware op zijnen opvolger, overdraagt, nagenoeg zoo als warmte en electriciteit van de eene stof op de andere worden overgevoerd; want de vernieuwing grijpt in bepaalde, van buiten in eene zekere mate onafhankelijke tijdperken plaats, en eindigt midden onder de omstandigheden, welke haar tot nog toe schenen te begunstigen, ja de voorwaarden voor haar schenen uit te inaken; zij grijpt ook

Sluiten