Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het idee der soort als het ware Tan hare wegen wordt afgeleid. Wanneer de buitenwereld aan het organisme niets anders aanbood, dan de stoffen, die het in zijne eigene zelfstandigheid Teranderen moet en waartoe het bestemd en toegerust is, dan zou het met Tele onontwikkelde Tatbaarheden, maar in eene ideale toIkomenheid en gelijkmatigheid groeijen en sterTen. Daar het echter ten behoeTe der typische Ternieuwing zijner bestanddeelen met de buitenwereld in eene afwisselende werkzaamheid geplaatst werd, is het ook Toor eene menigte werkzame magten toegankelijk geworden , welker Terstorenden invloed het niet altijd tot evenwigt kan terugbrengen. JVu wordt, wanneer men zoo zeggen mag, de bouwstof, waarmede het idee der soort werkzaam is, eene andere; zijne betrekking tot de leTcnlooze schepping wordt Teranderd. Reeds de kiem, een Toortbrengsel Tan het Tan den idealen Torm afgeweken organisme, beTat den grond voor ziekelijke reactie en nieuwe ziekelijke ontwikkeling, en zoo ontstaan derhalve eindelijk door het conflict Tan het idee der soort met de krachten der leTenlooze schepping, het individueel verschil, idiosyncrasie, ziekelijke aanleg, ziekten.

De physiologie moet trachten te onderscheiden en uit te maken, in hoeverre de levensTerschijnselen en reactiën door de oorspronkelijke bewerktuiging en het streTen naar het oorspronkelijk ToorgeschreTen doel, in hoeTerre zij door den inTloed der buitenwereld op de leTende zelfstandigheid bepaald zijn. Dit einddoel is moeijelijk door haar te bereiken, maar zij zal reeds daardoor eene meer waardige gedaante Terkrijgen, dat zij zich Tan hetzelTe bewust blijft.

Wij laten hier in Let kort volgen hetgeen er, na de verschijning van Henle's werk in de oorspronkelijke taal, voor de leer der dierlijke, elementaire deeltjes in liet algemeen geleverd is. Geheel en al verworpen werd de celtheorie, zoo als zij hier is ontwikkeld, do# Fr.ArnOLD (Z. Ihtndb. der Anatomie des MenscJien, 1,136), en in hare plaats werd doorhem eene kogeltheorie geleverd als de vrucht van zijne met zijnen ambtgenoot II. BaumgUrtner gemeenschappelijk in het werk gestelde onderzoekingen omtrent de ontwikkeling derhloedbolletjes en der verschillende weefsels aan de larven van kikvorschen en het embryo van den mensch. Door de waarnemingen van Trembley, Swammerdam, IIewson.Ev. Home, Bacer, J. F.Meckel, Miine Edwards enz. werd zijne theorie voorbereid. A. zag aan den eenen kant in de eenvoudige moleculaire kogeltjes en aan den anderen kant in de zamengestelde vormingskogeltjes de grondvormen voor de verschillende weefsels. Hij zag, dat de vormingskogeltjes

Sluiten