Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatst is en in haren wand ligt. Bij de platte cellen steekt zij gewoonlijk aan beide zijden uit. De grootte en vorm der cellen verschilt zeer. Nu eens wordt de celkern door haren buitensten omtrek als een concentrische kring digt omgeven, dan weder overtreft de cel de doormeting der kern 6—7 malen. Naarmate van den vorm der cel kan men drie verschillende soorten van epithelium onderscheiden:

1. De cel herhaalt in het algemeen de omtrekken der kern, terwijl zij slechts meer of minder wijd is, en derhalve digt om de kern ligt, of eene ruimer blaasje om haar vormt. Het epithelium, dat uit zulke cellen is zamengesteld, noem ik plaveisel-epithelium. Het is de meest algemeen verspreide vorm, te gelijk de eenige, die door eene eigenaardige chemische verandering der cellen en door ophooping van vele lagen die dikte en vastheid verkrijgt, welke aanleiding gaf, om de opperhuid als een beschuttend overtreksel te beschouwen.

2. De cellen bezitten eene cylindrische of conische gedaante, met naar het slijmvlies gerigte punten; zij staan daardoor als vezels naast elkander. De kern ligt meestal midden tusschen de basis en de punt van het kegeltje. De zoo gevormde cellen stellen het cylinder-epithelium daar.

3. Uit geheel en al soortgelijke, cylinder- of kegelvormige cellen bestaat ook het flimmer-epithelium, welks elementen zich slechts eigenaardig kenmerken door de haren, waarmede zij op hun vrij en breeder uiteinde voorzien zijn.

\ oor het overige zijn deze vormen niet streng van elkander gescheiden, maar er worden overgangsvormen gevonden, b.v. ovale cellen, die met hare langste doormeting loodregt op het slijmvlies staan. Nimmer komt op de oppervlakte van een slijmvlies de eene vorm plotseling naast den anderen voor, en altijd grijpt de overgang langzamerhand plaats, door zulke tusschenvormen, die men, wanneer zij in eene grootere uitgebreidheid voorkomen, als overgangsepithelium aanduiden kan. Doch er worden niet alleen overgangen gevonden tusschen de afzonderlijke vormen der opperhuidcellen, maar ook tusschen deze en de elementen van andere weefsels, b.v. van het bindweefsel, van het klierweefsel enz., zoo als bij het volgende onderzoek blijken zal.

Sluiten