Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaat uit cylinders, en eerst in de cellen dezer klier begint liet plaveisel-epithelium. Yerder komt er nog cylinder-epithelium voor op de binnenste oppervlakte van de lange uitlozingsbuizen der speekselklieren ; aan den mond der uitlozingsbuis doet het zich plotseling voor, en strekt zich zoo ver uit, als men de uitlozingsbuis in de klier vervolgen kan. De uitlozingsbuizen der traanklieren bij het kalf zijn met cylinder-epithelium bekleed. Bij menschen kon ik ze niet onderzoeken.

Maar niet alleen in de uitlozingsbuizen der grootere klieren zet zich het cylinder-epithelium voort; ook alle kleine, eenvoudige folliculi van maag en darmkanaal zijn er mede bekleed. Böiim (1) zag in de cholera, waarin zich het epithelium van den geheelen tractus inlestinalis afstoot, ook uit de Lieberkühniaansche klieren het opperhuidje, dat uit cylindrische cellen gevormd was, afgestooten worden. Wasmann nam de cylindrische epitheliumcellen waar in de eenvoudige buisachtige klierblaasjes van het slijmvlies der maag bij het zwijn. Nergens echter ziet men ze zoo fraai en gemakkelijk, als in de cylindrische klieren, welke zich in den dikken darm , even als meelzakken naast elkander geplaatst, van de vrije oppervlakte naar het spiervlies uitstrekken. Onmiddellijk op de structuurlooze tnembrana propriet dezer klieren volgt naar binnen, dat is naar de vrije oppervlakte toe, eene eenvoudige laag van conische cellen, die, wanneer men de dwarssnede of den mond van het kliertje beschouwt, als stralen om eene kringvormige opening, het lumen der klier, gerangschikt zijn. De breede uiteinden, in eene onafgebrokene kringvormige lijn naauwkeurig zamengevoegd, vormen de naaste omgrenzing van het kanaal der klier; de spitse uiteinden staan straalvormig naar buiten.

De boven opgegevene varieteiten van den vorm zijn niet aan bepaalde streken eigen, maar vertoonen zich aan cellen van dezelfde huidoppervlakte. Yoor het overige komen op nagenoeg alle genoemde vliezen de epithelium-cylinders in wezenlijke kenmerken met elkander overeen, en er komen alleen minder gewigtige verschillen in de absolute grootte en in de verhouding van de breedte

(1) Die kranke Darmschleimhuut in der Cholera, S. 66.

(2) De digeslione. p. 8, fi;j. 1 , 2.

Sluiten