Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelste gedeelte van den hals der baarmoeder af, door den uterus en de trompetten, tot op de buitenvlakte van derzelver franjes.

5. Op de wanden der hersenen, en wel op die, welke hare holligheden omgeven. Purkinje (1) ging de flimmer-beweging bij het schaap van de zijdelingsche holten door de derde hersenholte tot in den trechter, in de bul bi olfuctorii en door den aquaeduclus Sylvii tot in de vierde hersenholte na. Bij menschen werd zij door Valentie (2) waargenomen (5). Eenigen tijd na den dood zijn de haartjes gewoonlijk niet meer te herkennen; maar dikwijls heb ik nog de laag van kernen gezien, die de wanden der holte bedekken en laten vermoeden, dat de opperhuid hier eene soortgelijke gesteldheid bezit, als bij de dieren. De cylinders zitten onmiddellijk op de zenuwzelfstandigheid (4).

Ook de cellen van het flimmer-epithelium verschillen op vele plaatsen aanmerkelijk in grootte, en eenigermate in vorm. Zeer lang en eigendommelijk gevormd zijn de flimmer-cylinders in de trompetten ; zij worden onder de kern plotseling dunner, in eenen langen steel uitgerekt, en zijn meestal met zeer ovale, platte kernen voorzien. Ilare lengte bedraagt gemiddeld 0,015"', hare breedte aan

(1) Müuer's Arcliiv. 183S, S. 289.

(2) Repert. 1837, S. 458, 278.

(3) Ten onregte, zegt IlEME, kent GiiRTHER (Lehrbuch der ullgem. Phys., p. 275) aan de plexus choroidei der hersenen flimmer-epithelium toe. Zijne Üimmerdraden zijn niets anders dan de verlengscls, waarvan op pag. 290 van dit werk melding is gemaakt. Vert.

(4) Bowman heeft ook aan de piskanaaltjes in de nabijheid der kapsels een flimmer-epithelium toegekend. De meeste lateren hehben het bevestigd, namelijk R. Vagner (Physiologie, p. 204) bij den kikvorsch, Simon bij den k ik vorsch, bij andere kruipende dieren en bij roggen. C. Lüdwig (in Wagner's Uandtvörterh., II, 628) bij den kikvorsch in den zomer, maar niet in den winter; ook niet bij zoogdieren. Gerlacii (Mülier's Arcliiv, 1345, IV, p. 378) even eens bij den kikvorsch, en wel op de geheele binnenvlakte der kapsels, en ook niet bij zoogdieren; Bibder (Mülier's Arcliiv, 1845, p. 508) bij Triton, J. Muller (in zijn Arcliiv, 1845, p. 518) bij Raja clavata, eindelijk Ko/.liker (Müller's Archiv, t.a.p.), doch ook niet bij hoogere dieren, maar wel bij den kikvorsch. Ook in de kanaaltjes der WoiFF-sche ligchamen nam K, flimmer-beweging waar. — (Verg. Menie in Canstatt's Jahresb., 1845, J p. 84.) De door Valentin opgegevene flimmer-beweging der zenuwscheeden ontkent IIansover (Recherches micrométriques sur le système nerveu.v, 1844). Vert,

Sluiten