Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het uileinde, waarop ile eiliën geplaatst zijn, 0,002a" de lengte der eiliën 0,0018 ". De kernen bezitten 0,0045"' in hare langste, 0,0018 in hare kleinste doorineting. De flimmerende cellen van den uterus zijn gemiddeld 0,0095"' lang en Tan den gewonen vorm. De llimmer-cylinders van den neus meten 0,0157 '' (1), die van den traanzak 0,008"', die der oogleden 0,012'" bij eene breedte van 0,003'" aan haar vrije uiteinde. De eiliën zijn op de laatstgenoemde plaatsen buitengemeen fijn, en reeds weinige uren na den dood slechts met groote moeite te herkennen. Het kleinst zijn de flimmerende epithelium-cellen in de hersenen. Het zijn bij de dieren korte, nagenoeg cylindrische, doch aan het uiteinde, dat vastgehecht is, eenigzins spits toeloopende ligchaampjes, die niet veel langer dan breed zijn, en zeer korte eiliën dragen.

De elementen van het cylinder-epilhelium zijn gemakkelijk te zien, wanneer men van een flimmerend slijmvlies eenige uren na den dood of na eenige maceratie het oppervlakkig slijm wegstrijkt en met water verdund onder het mikroskoop brengt. Ook in het neusslijm en in het uitgehoeste slijm der luchtpijptakken komen

(1) 0,0138"' Par. E. II. Weder, De niotu vibratorio in inembrana mucosa narium hominis conspicuo, in Püsinelli , Diss. additamenta quaedam ad pulsus normalis cognilionem. Lips. 1838.

(2) De eiliën van het flimmer-cpitlielium houdt Günther (Lehrb., p. 274) met vaientin voor puntig, C. C. J. de IIiduer (De syringitide, diss. inaug., 18i5, p. 5) beschrijft de cellen van het flimmer-epithelium der Eustachiaansche trompet. Hare lengte bedraagt, volgens Scdroeder van der Kolk, 0,0065—0,024"', hare breedte 0,0020—0,0035 ", de lengte der eiliën 0,0025—0,0035"'; de kortere zijn meestal ook smal, doch hebben somtijds eene breedte, welke aan die der langere gelijk is. Het aantal der kleinere cylinders neemt toe, hoe digter men de trommelholte nadert. De Ridder wil in de geheele lengte der trommelholte zoo wel plaveisel- als llimmer-epithelium waargenomen hebben. IIenie vermoedt, dat hij met de oppervlakkige laag van rijpe flimmer-cylinders ook de diepere cellenlaag heeft afgeschrapt. IIauting (Recherches, pag. 49) geeft als overlangsche doormeting der flimmer-cylinders hij het foetus 0,0219, bij pasgeborenen 0,0605, hij volwassenen 0,0591, bij mannen 0,0432, als dwarse doormeting aan bet dikkere einde bij het foetus 0,0069, bij pasgeborenen 0,0085, bij volwassenen 0,0070, bij mannen 0,0084'". De lengte der eiliën bedraagt volgens hem bij het foetus 0,0040, bij pasgeborenen 0.0061, bij volwassenen 0,0058, bij mannen 0,0066. De doormeting der eiliën aan haar inplantingspunt 0.0010—0,0014, gemiddeld 0-0012'". Vekt.

Sluiten