Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiden. Er bestaat eene hypertrophie der huid, waarbij de oude lagen even zoo snel weder worden afgestooten, als er nieuwe worden voortgebragt; beide grijpen sneller plaats dan in den gezonden toestand, maar de epidermis wordt daarbij niet dikker, b. y. bij de pityriasis. Deze ziekte kan met verminderde levenswerkzaamheid der cutis bestaan, en het afsterven der buitenste lagen de eerste oorzaak zijn, dat er nieuwe worden gevormd. In andere gevallen worden er nieuwe lagen gevormd, zonder dat de oude in gelijke mate afsterven, waardoor de opperhuid in dikte toeneemt. De dikte der opperhuid is gelijk aan den afstand, dien de afzonderlijke cel van haar eerste ontstaan tot aan haar afsterven doorloopt, of gelijk aan den afstand, tot op welken eene epitheliumcel van de matrix en derhalve van de bron van haar voedingsvocht verwijderd kan worden, zonder af te sterven; deze afstand is op verschillende plaatsen reeds typisch verschillend, maar kan door verhoogde levenswerkzaamheid der matrix, door congestie, kunstmatig verlengd worden. \oor het overige zijn in de meeste gevallen het eelt en andere verdikkingen der opperhuid geene zuivere hypertrophiën, maar ook ontaardingen, waarbij het weefsel der epidermis vaster, meer zamengedrongen wordt, zelfs vezels vormt; de verdere ontwikkeling van dit punt laten wij aan de pathologische anatomie over.

De tijd en wijze, waarop de eerste vorming plaats grijpt, is slechts voor de epidermis onderzocht, en ook hier nog zeer onvolkomen. Volgens Wendt (1) ontstaat de cutis het eerste; men zal echter wel beter doen met deze als onafgescheidene cutis en epidermis te beschouwen. A an haar scheidt zich bij toenemenden ouderdom het bovenste gedeelte als epidermis af. Deze is, zoo als Meckel waarnam en Wendt bevestigt, reeds in de tweede maand zigtbaar en door eene geleiachtige laag (vele Malpighii) van de lederhuid gescheiden. De draden tusschen cutis en epidermis zag Wendt niet vóór de vierde maand van het vruchtleven. De epidermis van het foetus is betrekkelijk dikker dan die van volwassenen, misschien omdat zich de onderste lagen der cellen nog in celweefsel veranderen. Bij jonge vruchtjes bestaan ook de bovenste lagen van de epidermis der mondholte niet uit schubjes, maar uit polyëdrische,

(1) De epiderm. humana, p. 28.

Sluiten